Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de heidenen noopt om zoo vele offeranden aan hunne gewaande goden te brengen. Duizenden pijnigen hun ligchaam en martelen hun vleesch ter eere van het een of ander stom beeld, het maaksel hunner handen; en zij doen dit, omdat zij dorsten naar vrede met God.

Het is het bezit van dezen vrede ,dat aan iemands godsdienst waarde geeft. Zonder dien , is al wat het oog en het oor kan aandoen: vormen, plegtigheden, sacramenten— van geen nut voor de ziel. De groote vraag is hoe het met het geweten staat. Is dit in vrede? Hebt gij vrede met God?

Hebt gij hem? ja? Zoo zijt gij waarlijk rijk. Gij bezit hetgeen van bestendigen duur is, een' schat dien gij niet verliezen kunt wanneer gij deze wereld zult verlaten. Hij zal u volgen aan gindsche zijde des grafs — gij zult hem bezitten en genieten de eeuwigheid lang. AVelligt hebt gij goud noch zilver; misschien hebt gij nimmer lof bij de menschen ingeoogst; maar gij hebt iets dat verre beter is: gij hebt vrede met God.

Zoo gij hem niet hebt, dan zijt gij inderdaad arm; gij bezit niets duurzaams,

Sluiten