Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Christens voortvloeit: hij is geregtwaardigd.

De vrede des Christens is niet maar eene onbestemde, voorbijgaande aandoening, zonder eenigen grond of reden. Hij kan reden van zijn bestaan geven. Hij is gebouwd öp een vast fondament. Hij heeft vrede met God, omdat hij geregtvaardigd is.

Zonder regtvaardiging is wezenlijk vrede eene onmogelijkheid. Het geweten komt er tegen in verzet. De zonde werpt een' berg op tusschen den mensch en God, die niet kan worden bewogen. Het gevoel van schuld weegt op het hart, en laat zich niet wegnemen. Eene onvergeven zonde is doodelijk voor den vrede. De Christen (wanneer ik van den Christen spreek bedoel ik den zoodanige, die de daad aan den naam paart, dus den waren Christen in tegenstelling van den schijn-Christen;) — de Christen weet dit alles zeer goed. Zijn vrede spruit voort uit het bewustzijn dat zijne zonden zijn uitgedelgd, dat zijne schuld is weggenomen. Zijn huis is niet op een zandgrond gebouwd; zijne bron is geen gebroken bak, die geen water houdt. Hij heeft vrede met God omdat hij geregtvaardigd is.

Sluiten