Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een frappant voorbeeld deelen wij hier mee, n.1. het ontstaan van een Inlandsche Christengemeente in het Buitenzorgsche. Men vindt dit opgeteekend in het Orgaan van de Ned. Zend. Ver. 1905, blz. 184. Het is van de hand van den Oud-Zendeling, Ds B. Alkema, toen nog te Buitenzorg. In het „Oigaan" van 1921, blz. 2 v.v., wordt hetzelfde opnieuw verhaald, maar naar het relaas van een Goeroe, van Tjigelam afkomstig.

Zoo zijn er dus twee bronnen. Wij ontleenen daaraan het volgende: Te Tjigelam dan woonde een Inlander, kyai Boedjang, genaamd. Een kyai is zoo iets als onderwijzer in den Mohammedaanschen godsdienst ( waar hij intusschen soms weinig van af weet). Veelal is hij meer een toekang-elmoe, d. i. iemand, die in het bezit heet te zijn van een of andere elmoe.

Eens daar in de buurt op reis zijnde, ontmoette deze kyai, toen hij iets wilde gebruiken in een Inlandsche waroeng (gaarkeuken), twee afgezanten van Mr Anthing. Het waren de Javanen Djamin en Joesoef. Deze beide mannen waren op weg naar Tjibogo, ook in die omgeving.

In het gesprek, dat zij met elkander hadden, ontpopten zij zich als bezitters (kenners) van elmoe. Toen kyai Boedjang, ook een elmoe-man, die bovendien juist op weg was naar een vroegeren leermeester, dit gewaar werd, wilde hij graag nader kennis maken. Hij noodigde daarom de beide mannen uit, met hem mee te gaan naar zijn huis. Hieraan gaven zij natuurlijk gevolg.

Daar aangekomen, begonnen zij, naar ze zeiden, hun eerste elmoe te onderwijzen, waarvan de rapal of formule was: De Vader is God, de Zoon is God, de Heilige Geest is God; deze drie zijn één. Vergiftige dieren,'hout (boomen) op heilige

leeraars, verwijzen wij naar het belangrijke boek van Ds L. Adriaanse, vroeger Dienaar des Woords te Poerworedjo, getiteld „Sadrachs Kring". Genoemde Sadrach heeft duizenden Javanen tot een soort Hindoe-Javaansch Christendom weten te brengen.

Sluiten