Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

arbeid zóó verlammend, als wanneer het hart zich niet kan losmaken van de plaats, die men verlaten heeft. Hebr. 13 : 14, Ps. 39 : 13. Het is niet minder verkeerd wanneer het een of ander arbeidsveld om deze of gene moeielijkheid, die er aan verbonden is, in een slechten reuk komt en daarom geschuwd wordt. Men behoeft het minder aangename niet aangenaam te vinden , maar het getuigt van een treurig gebrek aan den waren diakonessengeest, als men zich over den arbeid beklaagt, of hem een ander op den hals zou willen schuiven. Het is ook eene zeer gemakkelijke uitvlucht om te zeggen: „Dat kan ik niet, ik heb er de gave niet toe." Het is geen gebrek aan gave, maar wel gebrek aan goeden wil en zelfverloochening, dat meestal dit woord in den mond geeft. Hoogmoed, traagheid en innerlijke tuchteloosheid brengen tot die ontevredenheid , die aan opstand en mismoedige versaagdheid grenst. De zuster, die met eene aanvechting te kampen heeft, waardoor het hart meestal tot nijd en afgunst wordt opgezet, strijde den goeden strijd des geloofs en zij overtuigd, dat juist die aanvechting het teeken is dat zij zich op de rechte plaats bevindt.

3. De Diakoiies tegenover liare medezusters.

De diakones gedrage zich tegenover hare medezusters als eene ware dienstmaagd des Heeren Jezus in ootmoed, gehoorzaamheid en trouw, anderen hooger achtende dan zich zelve, niet hare eigene eer zoekende,

Sluiten