Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet dagelijks eene korte poos afzondert om hare gedachten te verzamelen, en gemeenschap met den Heer te oefenen, vooral des morgens, vóór zij zich aan het werk hegeeft, en des avonds bij het naar bed gaan. Het is eene groote dwaasheid, wanneer men het dagelijksch voedsel aan de ziel onthoudt wat zij evenmin ontberen kan als het lichaam. Die dit doet, zal hoe langer hoe meer verslappen in ware geestelijke toewijding, tot zij eindelijk in plaats van eene dienstmaagd des Heeren te zijn, afdaalt tot het peil eener dienstmaagd harer eigene vleeschelijke neigingen.

Slechts in zoover zij hare eigene ziel onder de tucht van het Woord Gods stelt, zal zij ook met vrucht dat woord tot anderen kunnen brengen. Maar al te ligt worden, terwijl men anderen predikt, de behoeften der eigene ziel vergeten, i Cor. 9 : 27.

Evenzeer dreigt het gevaar, dat de diakones door den gedurigen omgang met kranken, lijdenden en stervenden gevoelloos worde voor den ernst des doods. Zulk eene geestelijke stompheid is echter slechts mogelijk in een hart, dat lauw geworden is, en hoe afkeerig de Heer van la-uwheid is, zien wij in Openb 3 : 16.

De diakones zij daarom ten allen tijde op hare hoede; en, om haar hart warm, haar geest ontvankelijk te houden voor hooger invloed, verdiepe zij zich dikwijls in overpeinzing van het lijden en den dood des Heeren.

Wanneer de Heer u in uwe roeping' bij een sterfbed plaatst, ziet gij in den doodsstrijd des stervenden, in zijne smarten en pijnen, in zijne laatste stuiptrekkingen wel iets, maar toch slechts het duizendste deel van al

Sluiten