is toegevoegd aan uw favorieten.

De heiligdommen van Palembang

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3 of 4 letters) crïwijaya jayasiddhayatra subhiksa (waarachter weer iets ontbreekt).

De laatste woorden .kunnen vertaald worden: maakte

het rijk crïwijaya magisch krachtig, voor-spoedig, en

nog wat. Nu spreekt het vanzelf, dat de lacune achter wanua iedere verklaring tot een hypothese stempelt, maar men kan toch opmerken, dat wil men eenigen zin in de mededeeling leggen, toch eigenlijk slechts twee mogelijkheden van aanvulling bestaan; óf de lacune bevatte een eigennaam, behoorende bij wanua, dus het rijk X, óf er stond een woord, dat zich niet tegen een verbinding van wanua met crïwijaya verzet, een woord voor „genaamd", „vermaard", of misschien ook het elders voorkomende parawis, geheel. In het eerste geval maakt de koning het rijk X tot crïwijaya jayasiddhayatra enz., in het tweede maakt hij het rijk Crïwijaya tot jayasiddhayatra enz.

Bij het doen van onze keuze en bij alle verdere verklaring l) gaan wij er van uit, dat de steen met het siddhayatra-heiligdóm in verband staat en dus de siddhayatra er allicht een evenzeer op den voorgrond tredende plaats inneemt als op de steenen, uitsluitend met dezen term gewaarmerkt: het is als het ware een met redenen omkleede siddhayatra-steen, aan het feit dat siddhayatra verkregen is slechts de omstandigheden toevoegend. Dit verhindert ons al dadelijk de verklaarders te volgen, die marwuat, maken, praegnant opvatten als stichten, zoodat de koning gezegd wordt een rijk of stad te stichten, die magisch krachtig was enz.; op die wijze wordt aan den eisch, dat siddhayatra in het middelpunt der mededeeling staat, niet voldaan. Blijven we nu verder een oogenblik bij de eerste mogelijkheid van aanvulling der lacune, die van den eigennaam, dan moet allereerst worden uitgemaakt, hoe het verband met het dan volgende woord crïwijaya is. De denkbare opvatting, dat dit woord eenvoudig een adjectief is en de koning het rijk X over-

*) Voor vroegere verklaringen verwijzen wij, behalve naar de reeds geciteerde auteurs, nog naar Ferrand, Journ. Asiat. 221 (1932), p. 272—276.

409