Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moet bij de geloofsbelijdenissen der Kerk, bij hare groote dogmatici èn ten slotte ook bij de H. Schrift, inzonderheid bij de uitspraken van Jezus aangaande Zijn eigen persoon, en 2e. dat dus heel het standpunt der ervaringstheologie als onhoudbaar moet worden prijsgegeven. Wij hebben nu eenmaal in den godsdienst, met name in den Christelijken godsdienst, niet alleen met „vrome gemoedservaringen", maar ook met machtige, historische feiten te doen (in dit opzicht had Vinet gelijk, toen hij zeide: „het Christendom is een godsdienst van feiten") en niet minder hebben we met bepaalde, ook verstandelijk te formuleeren waarheden te doen. Wie (uit zucht om het Christendom zoogenaamd „veilig te stellen" tegenover de historische kritiek en de wijsbegeerte) deze twee laatstgenoemde factoren (feiten en verstandelijke waarheden) wil uitschakelen, houdt niet anders over dan een vage rest, die weldra in 't algemeen-godsdienstige, straks zelfs in 't aesthetische geheel opgaat en verdwijnt (zie de ontwikkeling bij Feuerbach c.s. Vg. Kurt Leese, Die theol. Prinzipienlehre im Lichte L. Feuerbachs). Hoe zou men ook ervaringskennis kunnen hebben b.v. van de schepping van hemel en aarde door den almachtigen God ? Hoe zou men kunnen ervaren met het hart, dat Jezus Christus te Bethlehem geboren is, dat Hij heeft geleden en is gestorven en is opgewekt ten derden dage en dat Hij eenmaal zal wederkomen om te oordeelen de levenden en de dooden ? Dit zijn altemaal gewichtige objecten voor ons geloof, die ook grooten invloed zullen uitoefenen op ons godsdienstige leven, maar die nooit onmiddellijk kunnen worden ervaren met ons hart. Zoodra men zich dit eenigszins realiseert, voelt men, dat een ervaringstheologie nimmer zal kunnen voldoen en altijd min of meer op een fictie zal berusten. Wat men voor ervaringstheologie uitgeeft, is feitelijk voor het grootste gedeelte geen ervaringstheologie

En daarom meenen wij radicaal met heel de gedach-

Sluiten