Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wat ik U bidden mag, het woord van pater Lacordaire niet toe J)» ik heb trouwens de moeite genomen aan te wijzen waar het stond.

De Heer Lavedan heeft, in het volgend nummer, de opmerkingen die ik liet volgen op de aanhaling uit Lacordaire's 23e lezing gedeeltelijk hersteld. Het begin luidde aldus: „Hoe! Is dat alles wat pater Lacordaire in zijn priesterlijke ziel heeft kunnen vinden om de ontzaglijke ramp van de verdeeldheid der Christenheid te schilderen?"

Hij heeft dit begin weggelaten, wijl pater Lacordaire een van zijn halfgoden was. — En nog heb ik aan heel wat deuren moeten kloppen, om dit artikel, dat hinderlijk was voor de onder ultramontaansche inspiratie gevormde legende, geplaatst te krijgen. Zonder de loyale tusschehkjomst vam abbé de Broglie, zou dit manuscript nog in mijn handen zijn.

Illusies?! Ik heb er niet één meer. De verwachting en verwezenlijking van een gebed van Hem, dien de Vader „altijd verhoort", noem ik geen „illusie".

Ja zeker, ik heb geleden en meer dan men zich kan

i) Hier volgt het woord door Mevr. Peyrat aangehaald in de „Correspondant": „Hij (Luther) heeft afgedaan.... Waar vind ik hem terug?

Niet meer in de gewijde ruimte der kloostergewelven, maar aan den haard van een doodgewoon huis, de voeten uitgestrekt bij den huiselijken haard, met een vrouw aan zijn zijde....

Zoo is hij dan gehuwd. Alles wat daar in hem was aan hart, genie, welsprekendheid en zielskracht, al die hervormingsplannen zijn uitgeloopen niet op den algemeenen zondvloed maar op het algemeene huwelijk!"

Lacordaire had hieraan toegevoegd, als om zich te verontschuldigen voor deze aardigheid: „Het woord is van Erasmus, Heerenl" — De uitgever van de Correspondant was zoo vrij deze' aanduiding weg te laten evenals de commentaar van Mevr. Peyrat, waarvan zij slechts een gedeeltelijke herstelling verkreeg onder den vorm van een erratum, dat op handige wijze was weggesmokkeld in een hoekje van het volgende nummer. (Le Correspondant, band 135 (1884) blz. 356).