is toegevoegd aan uw favorieten.

De ware zelfbeproeving

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met het hart op Gods belofte, aan; eenen anderen grond heb ik niet en wil ik ook niet; deze grond alleen houdt voor de eeuwigheid. Al mijne zonden, ja de mijne, zoo groot, zoo zwaar, zoo afschuwelijk en gruwelijk, alle zonderonderscheid, geene enkelè uitgezonderd, en bovendien mijnen geheelen zondigen aard, waarmede ik mijn leven lang zal te strijden hebben, — want waar is een reine uit de onreinen ? — zal God nimmermeer gedenken; dat zal Hij niet doen, alleen om de genoegdoening Christi; en het is niet om mijn. geloof, niet om iets waardigs van mijnen kant, het is niet om al mijne werken, hetzij zij goed of boos zijn, dat God mij wat zou schenken of onthouden; maar het is alléén uit genade, het is Zijne vrije gift, dat God mij de gerechtigheid Christi schenkt, opdat ik nimmermeer in het gericht Gods kome. De genoegdoening, gerechtigheid' en heiligheid Christi is alleen mijne gerechtigheid voor God, en het is God, Die uit loutere barmhartigheid, door Zijnen Heiligen Geest, op grond van Zijn Woord en belofte, waarin Hij den in zichzelven verlorene Christus belooft en voorhoudt, mij getrokken hebbende en trekkende met almachtige liefde en onweerstaanbare genade en Vaderlijke goedheid, mij het „mijn" leert zeggen, zoodra ik, schoon bevende en sidderende, met zieleblijdschap Christus en Zijne heilverdiensten in mij ontvang, aanneem, en mij toegeëigend vind, en Hem belijdende mij toeëigen.

Zoo is het met het zaligmakende geloof gesteld. Als ware geloovigen gelooven wij dus, dat onze gelukzaligheid, naar luid tevens van Artikel 23 der Geloofsbelijdenis onzer Kerk, gelegen is in de vergeving onzer zonden, om Jesus Christus' wil, en dat daarin onze rechtvaardigheid voor God begrepen is. Dit fundament houden wij altijd vast, Gode alléén de eer gevende, ons vernederende en bekennende zoodanigen als wij zijn, zonder iets van onszelven of van onze verdiensten te vermeten, steunende én rustende op de gehoorzaamheid van dengekruisten Christus alleen, dewelke de onze is ; die is genoegzaam, om alle onze ongerechtigheden te bedekken en ons vrijmoe-