is toegevoegd aan uw favorieten.

Aangedaan zijn met kracht uit de hoogte

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dakkamer woonde; maar daarna zich in het geheele huis mocht begeven, (bl. 28). De slotsom is dan: deze discipelen hadden wel den Heiligen Geest, maar in een dakkamer. De vraag wordt dan juist omgekeerd, en wel zóó: «Heeft de Heilige Geest u» inplaats van: «Hebt gij den Heiligen Geest». Doch Paulus vraag is zóó niet; noch waar is in u de Heilige Geest; maar hebt gij Hem. Nu mag men een schat beneden of boven in een huis hebben; feit is dat men heeft; doch deze discipelen bezaten den Heiligen Geest niet! Dat beeld is dus gansch verkeerd.

Verkeerd is de gedachte: deze zegen is alleen voor Predikanten (Hand. 2:38-39); of, alleen voor volmaakte heiligen. Verkeerd is ook de gedachte: de Geestes-doop maakt vlékkeloozegeloovigen, die niet meer kunnen zondigen. Verder: nu heb ik alles! De Geestes doop is niet een slot-zegen; maar een beginzegen. Daar is nog meer te volgen! Nog een verkeerd en schadelijk iets is te denken: God heeft den Heiligen Geest gegeven; bijgevolg, ik heb Hem óók. Eenige teksten te lezen waar zulks (schijnbaar) staat; en... klaar is men (b.v. Rom. 5:5; 8:9; 1 Cor 12:12-13; 1 Thess. 4:8). Van een absohife-ervaring (Hand. 19:6; 9:17) is geen sprake! Let op! Er staat wel dat God den Heiligen Geest gegeven heeft; maar er staat niet dat gij Hem bezit; maar dat elk nieuw toegebracht lid, Hem ontvangen kan. (Hand. 2:47; 8-15-17 e.a.). Veronderstel eens dat de geloovigen te Samaria tot Filippus gezegd hadden: De Heilige Geest is ons gegeven; dus óók wij hebben Hem Of anders gezegd: veronderstel dat het N. Testament reeds geschreven was, en zij allen het van Filippus ontvangen hadden; één van hen Romein 5:5 las, waar staat: «De H. Geest die ons is gegeven»; zou zoo iemand dan reeds inderdaad Hem bezitten? Zelfs al had Füippus hen deze of die tekst voorgelezen, dan nog niet! Neen! Eerst na de oplegging der handen van Petrus en Johannes, ontvingen zij den Heiligen Geest. De Belofte is echter dat een ieder kind van God Hem kan ontvangen. (Hand. 2:38-39); en naar deze Belofte — Gods Plan — moet men Rom. 8:9 en 1 Cor. 12:13 verstaan. Deze (leerstellige) teksten toonen ons de Goddelijke zijde (God heeft aan de geheele gemeente eens en vooral, Zijnen Geest gegeven). De Menschelijke-zijde van de waarheid, vindt u in de (ondervindings) teksten, genoemd in Hand. 2:4; 8:15-17; 9:6, 9, 17 e.a.). Voor God is het:« allen zijn door éénen Geest tot één lichaam gedoopt» (zie b.v.: Rom. 4:17; Efez 1:3; 2:6; Kol. 2:10). Voor ons: hebt gij den Heiligen Geest ontvangen? Lieve Lezer (es) hebt gij den Heiligen Geest jntvangen, toen gij geloovig werd?

Afdeeling B.

I. DE HEILIGE GEEST EN DE GEESTELIJKE-GAVEN.

Aangaande deze gaven, heerscht bij vele geloovigen, helaas, een volslagen-onwetendheid. Paulus schrijft: «En van de Geestelijke gaven, broeders! wil ik niet, dat gij onwetende zijt» (1