is toegevoegd aan uw favorieten.

De verhouding van kerk en staat in verband met art. 171 der grondwet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot onregelmatigheden en ergerlijke onbillijkheden. A:t 194 der Grondwet van 1815 is letterlijk als art. 168 in de Grondwet van 1848 overgebracht, Maar thans, hoeveel is er op Kerkelijk gebied veranderd. Wij leven met meer in 1816. Wij hebben geen theologische faculteit meer voor de Gereformeerde Kerk ; de koning schrijft niet meer voor, in welke wetenschappen de aanstaande leeraren moeten onderwezen en geëxamineerd worden, maar laat de door den Staat bezoldigde gezindheden hierin volkomen vrij. . .

Nu vraag ik, of het billijk is, op grond van dit artikel belasting te lietfen voor die gezindheden, daar deze in geen enkel opzicht door den Staat gecontroleerd worden. Wat weet de Staat van de opleiding en bekwaamheid der leeraren waarvoor hij belasting heft? En hoeveel zou hier meer

te zeggen en te vragen zijn?

Inderdaad, mijne Heeren, als er omtrent eenig ander budget zoo weinig controle te voeren ware, gij zoudt die niet voteeren. En hier zoudt gij het wel doen?"

Een radicaal zegt van deze woorden: „Wij hebben aan deze opmerkelijke woorden niets toe te voegen. Beter kan de incompatibiliteit tusschen den neutralen staat en art. 168 der grondwet niet worden aangewezen. Recht en billijkheid kunnen niet scherper hun „Carthago delenda" over eene verouderde bepaling der constitutie uitspreken .

Donner voegde nog dit fiere woord aan het zijne toe: „Wij verlangen geen subsidie, noch ook restitutie, maar recht".

Zoo werd in de Kamer vertolkt, wat de kerken hadden uitgesproken op

haar laatste Synode*).

Sinds '82, de Synode van Zwolle, is deze aangelegenheid niet meer direct ter sprake gekomen op onze Synodes. Ook in de politiek werd daarover niet veel meer gehandeld. Het program van beginselen liee t de meening der anti-revolutionairen in deze materie duidelijk uiteengezet. En prof. Noordtzij heeft in zijn meergenoemde „madenspeech" in de Kamer nog eens krachtig en duidelijk uiteengezet het bezwaar, dat wij hebben tegen het budget voor de eerediensten en tegen art. 171 der Grondwet. Nog iets vinden wij in de acta der latere Synodes onzer kerken, slechts zeer weinig, maar ' dat weinige zegt toch genoeg hoe de kerken in haar officieele vergaderingen denken over de verhouding, vooral wat de finan-

cieele zijde betreft, van Kerk en Staat.

Bij de actie van '86 kwam dezelfde zaak ter sprake die zoolang de kerken van '84 had beroerd. Op het agendum, „van liet synodaal convent", gehouden te Rotterdam, '87, komen de volgende artikels voor:

Art. 43. Op welke wijze zal door de ontkomene kerken de groote rechtsvraag over het recht op den historischen titel der aloude Gereformeerde kerken dezer landen voor den rechter gebracht worden ?

1) Op de Synode van den Bosch waar zoo klaar over deze zaak werd gesproken was Donner Voorzitter en Noordtzij een der beide scriba's.