Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geest, die ze in de pen gaf. Zoo is hij wellicht de moeilijkste schrijver in het Latijn, maar behoort zeker ook tot de origineelste auteurs der wereldliteratuur.

Een geheel anderen stijl schrijft Cyprianus, hoewel er geen dag voorbijging, dat hij niet in Tertullianus, dien hij ,,den meester" noemde, las. Hieronymus (ep. 58, 10) typeert beiden aldus: ā€˛Tertullianus creber est in sententiis, sed difficilis in loquendo; beatus Cyprianus instar fontis purissimi dulcis incedit et placidus." Inderdaad vloeien de zinnen van Cyprianus rustig voort, slechts onderbroken door talrijke citaten uit den Bijbel. Maar zijn stijl verraadt den vroegeren rhetor: in het bijzonder is het homoioteleuton hem lief.

Ambrosius was vooral groot als prediker. Hoe hij in zijn toespraken gebruik maakte van het raffinement der in zijn tijd in zwang zijnde rhetorica, kan men zien uit het opgenomen fragment zijner grafrede over Satyrus. Ook Hieronymus is niet vrij van rhetonsche flosculi; hij is echter in zijn kracht in het geleerde betoog en ook in zijn briefstijl verraadt hij den kamergeleerde, wien het ten slotte toch meer aankomt op den inhoud dan op den vorm.

Augustinus beheerscht de genera dicendi volkomen. In zijn Confessiones is zijn stijl verheven, soms op het pathetische af: de gebedsvorm, waardoor dit boek in de antieke literatuur een genre vormt op zichzelf, eischt wel veel van de stemming van den lezer. In zijn andere groote werken sluit zijn stijl zich dicht aan het klassieke Latijn aan. Zijn brieven, rijk aan inhoud, zijn geschreven in keurigen, maar zakelijken trant. Het meest liet hij zich gaan in zijn preeken: voor ons besef te overdadig stapelt hij daar rijm op rijm, woordspeling op woordspeling; we weten echter, dat zijn hoorders door zijn woorden getroffen werden, en met den vorm drong ook de inhoud tot hen door.

Op de taal heeft het Christendom, gelijk te verwachten is, grooten invloed gehad, doordat talrijke nieuwe begrippen om uitdrukking in het Latijn vroegen. De schrijvers zagen zich daartoe vaak genoodzaakt om Grieksche woorden in het Latijn in te voeren, omdat Latijnsche woorden voor een bepaald begrip ontbraken^ b.v. baptizare, apostolus, diabolus, episcopus, catechumenus, sizoo, Bloemlezing.

Sluiten