Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volkeren voor de historie zal dienen te rechtvaardigen, lang nog nadat ook die overheersching tot het verleden zal behooren.

Zeer zeker ligt in een goede grondwet alléén nog de waarborg niet voor eene gezonde staatkundige ontwikkeling ; bóven alles is het de politieke vormkracht des volks, die een grondwet levend maken moet. Doch waar de geschiedenis leert, dat politieke vormkracht nu juist niet de meest typische eigenschap van het Nederlandsche volk is, en deze kracht in een nog veel grootere mate wordt gemist bij de volkeren van Insulinde, behoort de staatsvorm, dien wij aan onze Koloniën zullen geven, nauwgezet te worden overwogen, opdat wij den wagen niet op het verkeerde spoor zetten, maar het Indische Staatsgebouw, eenmaal voltooid, moge blijken een monument van den Nederlandschen volksgeest te zijn.

Toen, omstreeks 1850, het Nederlandsche Parlement voor het eerst geroepen werd zijne medewerking tot vaststelling van een Regeerings-Reglement voor Nederlandsch-Indië te verleenen, was men zich van het uitnemende gewicht dezer werkzaamheid dan ook zeer bewust.

Nauw was de langdurige strijd om de eigen constitutie geëindigd of diep werd de verantwoordelijkheid gevoeld om thans, bij de mederegeling van het bestuur van Indië een juist gebruik te maken van de zooeven in den strijd met de Kroon ook ten opzichte van de Koloniën verworven wetgevende bevoegdheid.

Zoowel de voorbereidende memoriën en verslagen van Regeering en Parlement als de eigenlijke beraadslaging in de volksvertegenwoordiging maken nog steeds, op wie ze herleest, een verheffenden indruk, niet slechts door de kennis van zaken, die er in tot uiting kwam ; niet slechts door den diepen ernst en den hoogen toon der debatten; maar vooral door de politieke wijsheid, die er in slaagde, ondanks het feit dat ook toen twee staatkundige richtingen lijnrecht tegenover elkander stonden, tot een compromis-regeling te geraken, welke ondanks hare gebreken meer dan een halve eeuw is in staat gebleken, voor Nederlandsch-Indië te zijn, wat de grondwet van 1848 voor Nederland is geweest.

Sterk steekt, tegenover de toenmalige algemeene belangstelling van het geheele pays légal, ook buiten den kring der Indische specialiteiten, de betrekkelijke onverschilligheid, zelfs van het Parlement, af, voor de zooveel gewichtiger

Sluiten