Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

staatkundige hervormingen, welke Nederland in de laatste jaren doende is in Indië tot stand te brengen.

Voor een deel is deze onverschilligheid zonder twijfel te wijten aan de overlading van het Parlement met allerlei anderen arbeid ten behoeve van het moederland zelf, waardoor voor werkelijk diepgaande belangstelling ook in deze aangelegenheid ternauwernood tijd en kracht restten. Voor een deel school de schuld ook bij het steeds geringer getal afgevaardigden in beide Kamers, die over koloniaal-staatsrechtelijke vraagstukken uit eigen grondige studie en ervaring kunnen medespreken.

Doch voor een minstens even groot deel lag de oorzaak der geringere belangstelling in het fragmentarische karakter der hervormingen, die zelfs voor den ingewijde het overzicht over en de beoordeeling van het geheele plan van het staatkundig gebouw, dat men aan 't optrekken was, belemmerde.

Niet dat in 't algemeen tegen zulke geleidelijke hervorming bezwaar bestaat, — integendeel!

De ervaring leert, dat schoone schema's, die al te veel willen omvatten, maar al te dikwijls schipbreuk lijden op de werkelijkheid, en veel liever is mij in dit opzicht het halve ei dan de leege dop.

Maar des te meer is het zaak, om telkens, wanneer ons de schets van een nieuw gedeelte van het gebouw wordt voorgelegd, ons ter dege te bezinnen, of het in het algemeen plan past. En om dat te kunnen beoordeelen, dient men te weten, hoe dit algemeen plan, het ideaal van het staatswezen, dat men in Indië wenscht te scheppen, er eigenlijk uitziet.

In dit opzicht nu bestaat eene merkwaardige lacune.

Indien, in 1848, bij de behandeling van de Grondwet, en in 1854 bij die van het Regeeringsreglement in betrekkelijk zoo korten tijd duurzame resultaten konden worden bereikt, dan is dit vooral hieraan te danken, dat de in de betreffende ontwerpen neergelegde beginselen, eer zij tusschen Regeering en Volksvertegenwoordiging tot behandeling kwamen, het onderwerp van eene uitvoerige vrije gedachtenwisseling in de academische en politieke wereld waren geweest.

Eene zoodanige principiëele bespreking juist omtrent hoofdlijnen van den toekomstigen Indischen staatsvorm heeft echter ditmaal al te zeer ontbroken.

Van ambtelijke zijde voorbereid, hebben de onmiddellijke ambtelijke gevolgen breede ambtelijke aandacht gevonden, doch vonden de toekomstige politieke consequenties slechts zeer oppervlakkige beoordeeling.

Sluiten