Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2°. Van de oorzaken, die den stoot tot hervorming gaven; van den toestand, zooals deze zal zijn wanneer, naast de reeds doorgevoerde hervormingen ') ook de thans voorgestelde reorganisatie haar beslag zou hebben verkregen 2), en van de te verwachten werking der te scheppen organen, om ten slotte

3°. Te onderzoeken of deze werking tot het bij de hervormingen beoogde einddoel zal leiden, en zoo niet, op welke andere wijze de historische lijnen der bestuursorganisatie dan moeten worden doorgetrokken, om te geraken tot eene staatsinrichting, die — eisch en kenmerk van alle echte democratie, — de grootst mogelijke kracht en vrijheid van het centraal bewind paart aan de grootst denkbare mate van souvereiniteit in eigen kring.

Daar de rijkdom en ingewikkeldheid van het onderwerp in omgekeerde verhouding staan tot het mij veroorloofde aantal bladzijden, zal ik echter slechts op enkele hoofdzaken de aandacht kunnen vestigen.

II.

Wat is nu, historisch gesproken, het staatkundig grondfeit, dat onze verhouding tot Indië beheerscht, en dat derhalve als fundament bij den opbouw van een zelfstandig Indisch Staatswezen behoort te worden gebezigd ?

Men kan, in het algemeen, twee type-staten onderscheiden.

In de eerste plaats staten, die door het volk, dat zij omvatten, spontaan, uit eigen innerlijke behoefte en aandrift geschapen zijn en gehandhaafd worden; in de tweede plaats, staten, die door den wil van eenen vreemden heerscher of van een vreemd volk in 't leven geroepen zijn en beheerscht worden.

Nederland is het schoolvoorbeeld van het eerste type, dat van den autonomen staat. Het heeft zichzelf vrijgemaakt; zichzelf zijn staatsregeling gegeven, en zelf zijn plaats in Europa in eene lange reeks oorlogen gevestigd en verzekerd.

Indië daarentegen is een schoolvoorbeeld van het laatste type, dat van den heteronomen staat. Zelfs is Indië niet eens een veroverden of onderworpen staat. Vóór de komst der Nederlanders misten de volkeren van den Archipel voor een groot deel zelfs de kennis van elkanders bestaan, en in elk geval iederen politieken samenhang. Zelfs de enkele in

') Decentralisatie wet 1903; Volksraad wet 1916. 2) Ontwerp Bestuurshervorming op Java en Madoera 1918.

Sluiten