Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ingeroepen, en het schept waarborgen, welke allen evenzeer gehouden zijn te eerbiedigen. Tegelijkertijd verbindt het de Nederlandsche bezittingen nauwer en inniger aan haren moederstaat, en verzekert haar diens bescherming en liefde. Ook waar die verordening wenscht, dat de onderlinge betrekking tusschen Nederland en zijn Koloniën en het doel waartoe deze begeerd en bewaakt worden, niet worden voorbijgezien, onthoudt zij den laatsten de middelen niet, om hare zedelijke en stoffelijke welvaart te bevorderen."

Zooals men ziet ligt in de regeeringstoelichting de nadruk op het „Batig Slot"; de erkenning van de rechten der inlanders is slechts secundair. Bij Keuchenius daarentegen wordt de erkenning dier rechten en de verplichting deze te eerbiedigen als het voornaamste element van het Regeeringsreglement naar voren gehaald, waartegenover de egoïstische bedoelingen van het moederland slechts pro memorie worden uitgetrokken.

In deze tegenstelling openbaart zich met treffende duidelijkheid de tegenstelling tusschen den ouden en tusschen den nieuwen tijd.

Kort omschreven is dus de geest van het Regeeringsreglement van 1854 ongeveer die der „verlichte despotie".

Inzake de practische inrichting van het bestuur is de regeling van 1854 vooral op twee punten belangrijk.

In de eerste plaats, inzake de constitutioneele verdeeling van Nederland's gezag over Indië.

Tot dusverre was vrijwel alle gezag geconcentreerd geweest in den Koning. De Gouverneur-Generaal was, niet slechts in naam, maar inderdaad, de persoonlijke vertegenwoordiger van den Vorst. Overigens was de organisatie van het Bestuur in Indië vrijwel eene herhaling van het Bestuur in Nederland.

Gelijk de Koning zijn — hoogst invloedrijk — Kabinet bezat, dat als intermédiair tusschen hem en de Ministerambtenaars en hunne departementen optrad, stond den Gouverneur-Generaal de Algemeene Secretarie ten dienste, schakel tusschen den Landvoogd en de met Kroonministers practisch te vergelijken Directeuren, hoofden der Departementen.

Den Koning stond de Raad van State, den GouverneurGeneraal de Raad van Indië ter beschikking, met dit onderscheid echter, dat in de verhouding tusschen GouverneurGeneraal en den Raad van Indië zekere overblijfselen waren behouden van het oorspronkelijk collegiaal karakter van het Indische Bestuur.

Sluiten