Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kwam — ach, dan moet de bange klacht ons van de lippen: Heere, wij zijn zeer dun geworden !

En eindelijk op het gebied der wetenschap. Toen — aan de universiteiten des lands de lichten der waarachtige wetenschap, mannen kloek van verstand, gerijpt in kennis, maar ook kinderlijk in hun geloof. Al de scholen, scholen waar Gods Naam in eere was en uit zijn Woord werd geleefd. En nu — de wetenschap heeft hare vrijheid gezocht in de losmaking en verwerping van 's Heeren Woord. Zij is opgetreden met de pretentie dat aan alle vooroordeelen van het zoogenaamd geloof moet gestorven, en hare wisselende resultaten moeten aanvaard, ook al strijden zij tegen het woord van God. Zij is in dienst getreden van het ongeloof en bindt den strijd aan tegen God en zijne openbaring. Over heel de linie staat zij slagvaardig tegen ons. En die universiteiten, door de vaderen opgericht en bedoeld als bolwerken voor der vaderen geloof — onder hare mannen slechts hier en daar een eenling die voor den Baal van den tijdgeest de knie niet buigt. Zelfs is de haat en het verzet zoo geklommen, dat men den naam van wetenschappelijk ontzegt aan ieder die met de officieele wetenschap niet meejuicht in het koor; en als men toch erkennen moet dat er mannen bij zijn die denken en weten, ach ! dan meent men, zij zijn op het punt van hun geloof monomaan, dus niet toerekenbaar, of men belastert hun karakter, twijfelend aan hunnen eerlijken zin.

Tegenover die groote en breede rij van stichtingen en mannen staat nu onze éénlinge. Een eenige stichting die nog niet eenmaal in al hare faculteiten volledig optreden kan, en naast haar ééne school alleen voor aanstaande Dienaren des Woords bestemd. Heere wij zijn zeer dun geworden ! Slaakt ge met den dichter niet deze zelfde bange klacht ?

Sluiten