Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de souvereiniteit van Gods Woord willen inruilen voor het religieuse gemeenschapsleven, ginds aan hen die de noodzakelijke doorwerking van het aangenomen beginsel op heel het veld waar zij als stichting der wetenschap arbeidt niet kunnen inzien, — zij had, nog eenmaal, niet behoeven te klagen over hare kleinheid, waartoe zij is gekomen. Als dan onze strijd en ons lijden is om de eere van Gods heiligen Naam, mogen wij dan niet pleiten om verzoening deizonden, en om hulpe in het kruis, ter oorzake van dien Naam des Heeren ?

Het is een krachtige pleitgrond ! Hoort God onze beê om schuldvergiffenis voor de vorige misdaden van ons geslacht en van onze vaderen tevens, dan. immers wordt zijn Naam verheerlijkt. Dan toch ruischt het danklied der zijnen voor zooveel genade aan hen bewezen. Diezelfde genade die zich in hunne verkiezing en verlossing verheerlijkte maakt zich in de vernieuwde uitdelging hunner zonden groot. Hoe komt het dan uit tot Gods eeuwige eere dat Israël en met Israël heel het volk Gods alles aan de genade des Heeren te danken heeft. Ja zij hebben door hunne zonden en door de zonden hunner vaderen alle genegenheid en zegen Gods verbeurd. Maar juist de heerlijkheid der deugden Gods wordt het meest openbaar, als Hij zich over diepschuldigen buigt, hun zijne genadevolle vergiffenis bereidt, en hunne zonden niet meer gedenkend hen zegent naar de veelheid van zijne eeuwige ontfermingen.

En hoe blinkt zijn eer alom, als Hij dit volk in zijn gunst hersteld, nu ook redt uit den nood. Hoe blijkt de vaste grondslag van het trouw verbond niet te liggen in hen met wie Hij het oprichtte, maar slechts in zijn eigen vrijmacht, die Jeruzalem verkiezen blijft; en in zijn eigen

Sluiten