Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den dood, voor de eeuwigheid, voor de dingen, die onzienlijk zijn. Hij schrikt ervoor terug, om met God, om met zichzelven alleen te zijn. En daarom zoekt hij zijn steunpunt en vastigheid, zijne afleiding en verstrooiing, zijne kracht en zijn glorie in de wereld der zienlijke dingen, die hij waarnemen kan met het oog en tasten kan met de hand. Hetzij de mensch bij zichzelven spreke, dat hij aan de kennis van de wegen des Heeren geen lust heeft, of in machtig bondgenootschap sterkte zoekend, den krijgskreet aanheffe : laat ons zijne banden verscheuren en zijne touwen van ons werpen, het is altijd hetzelfde streven, waardoor hij zich zoekt te emancipeeren van zijn Schepper en Heer.

Maar dit den natuurlijken mensch vanzelf eigene streven is in het Christelijk Europa, vooral sedert de dagen der Renaissance, tot een wetenschappelijk principe geworden en alzoo overgegaan in eene stelselmatige bestrijding van God en van zijnen Christus. Het is begonnen, met de verschillende levensterreinen los te maken van de kerk en hare belijdenis; het is ertoe voortgeschreden, om ze alle te ontworstelen aan Christus en zijn woord ; en het eindigt er in deze eeuw mede, om eiken band te verscheuren, die mensch en volk en wereld nog bindt aan God, aan godsdienst en zedelijkheid in het algemeen.

Deze emancipatie-zucht heeft daarbij niets gespaard. Alles is ten leste aan God en zijn dienst onttrokken en tot het terrein der Gode vijandige wereld overgebracht. Het een na het ander is tegenover het supranatureele, tegenover alwat van boven is, zelfstandig en onafhankelijk verklaard. Kerkelijke goederen en bezittingen niet alleen, maar ook huisgezin, maatschappij, staat, gezag, overheid, recht, zede, wetenschap, kunst, zelfs de vrouw, die als vrouw zooveel

Sluiten