Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daarom moeten alle zedelijke begrippen worden omgesmolten en nieuw gemunt; wat tot dusver voor goed gold, zal kwaad heeten; wat kwaad was, zal voortaan gelden als goed, voornaam, edel en heerlijk. God moet zijne plaats inruimen voor Satan.

Daarmede is dan de voleindiging van de emancipatie in de wereld der gedachte bereikt, als Satan geëerd wordt als God en de mensch der zonde, de antichrist, als Christus gehuldigd wordt. Maar daarom hebben wij, als Christenen, tegen heel dit streven der eeuw, met bewustheid eene vaste positie in te nemen. Wij kunnen en mogen niet anders, zoo waarlijk wij gelooven in God, den Almachtige, Schepper des hemels en der aarde. De naam en het wezen Gods zegt hier alles. Indien God, God is, dan is er en kan en mag er niets bestaan, onafhankelijk van Hem. God is als zoodanig Schepper, Onderhouder, Regeerder, absoluut souverein aller dingen. Hem ergens stelselmatig buitensluiten, is feitelijk Hem loochenen en Hem zijne Godheid ontrooven. God is nu eenmaal niets of Hij is alles voor ons. Hij is de Alpha en de Omega, de Eerste en de Laatste, uit en door en tot wien alle dingen zijn.

Dit alles is overtuigend voor ieder, die nog aan liet bestaan Gods vasthoudt. Maar het klemt te sterker voor wie op christelijk, op gereformeerd standpunt zich plaatst. De belijdenis onzes geloofs is door en door theologisch, eene belijdenis van den Vader, den Zoon en den H. Geest. De drieëenheid is haar kenmerkend en centrale leerstuk. De gansche leer des geloofs is niets dan eene ontvouwing van wat God in dien drieëenigen Naam ons geopenbaard en bij den doop verzegeld heeft. Opdat die Naam heerlijk

3

Sluiten