Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geen wonder daarom, dat de gedachte aan eene Christelijke Universiteit velen met vreeze en beving vervult. Er is niets, waar vele menschen zoo bang voor zijn als voor beginselen. Toch is die vreeze meestal met eene bezorgdheid vermengd, welke onze waardeering en in elk geval onze aandacht verdient. Telkens toch wordt de vreeze geuit, dat wij de kerk weer willen doen heerschen over den staat, de wetenschap binden aan eene haar vreemde macht, en zelfs weer brandstapels en schavotten willen oprichten voor ketters en ongeloovigen.

Tot op zekere hoogte dient nu eerlijkheidshalve erkend, dat wij het er in de vorige eeuwen, helaas, als Christenen niet naar hebben gemaakt, dat men ons in dezen thans terstond en volkomen vertrouwt. Nooit en nergens schier is de kerk van Christus tot macht gekomen, of zij heeft die macht tot onderdrukking of achteruitzetting harer tegenstanders misbruikt. Zij is voor de zware proef der weelde evengoed, als de liberalen in deze eeuw bezweken. En zij heeft daarin te ernstiger gezondigd, als uitnemender roeping haar toebetrouwd was.

O, om als eene partij, die in de minderheid is, voor vrijheid van geweten en religie te pleiten, dat hebben op hun beurt alle onderdrukten gedaan. Zulk een pleitrede wordt niet uit een beginsel, maar uit den nood geboren. Eerst dan kan onze verzekering vertrouwen wekken, als ze klaar en streng uit beginselen afgeleid is, die in onze Christelijke belijdenis wortelen en daar hun bodem hebben.

Zeker, roeping is het van alle christenen, ook van de overheid, om de christelijke religie te doen vorderen, om afgoderij uit te roeien, om het evangelie alom te doen prediken ; maar niet anders dan met middelen, die met den aard van dat Evangelie zelf in overeenstemming zijn. Ge-

Sluiten