Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit nu geldt ook, en niet liet minst, voor de wetenschap. Het is verklaarbaar, dat velen van eene Universiteit, die aan de belijdenis naar Gods Woord gebonden is, voor de wetenschap het ergste vreezen. Wie Christus niet kent, weet niet, hoe goed Hij is. Zij meenen, dat Hij een keizer, een despoot, een dwingeland is, en Hij is een koning, zachtmoedig en rijdende op het veulen eener ezelin. Zij stellen zich Hem voor als heerschende door dwang en geweld, en Hij wil niet anders dan een gewillig volk op den dag zijner heirkracht. Ook tot de wetenschap komt Hij thans in deze bedeeling met niet anders dan het Evangelie des vredes en des heils. Eenmaal verschijnt Hij wel als Rechter, om te oordeelen de levenden en dooden. Maar thans komt Hij nog altijd als Profeet en Priester en Koning, niet om te veroordeelen, maar om te behouden en zalig te maken.

Het is waar, dat wij de geboden van Christus soms gevoelen als een last, omdat zij niet passen aan onze zondige natuur. Zoolang wij opgevoed worden als kinderen, is de tucht der wet onontbeerlijk. Maar die tucht behoedt ons voor afdwaling, en is later eene oorzaak van ootmoedigen dank. Hoezeer wij vanwege onze zondige natuur de geboden van Christus onszelven tot een last maken, zij zijn in zichzelve niet zwaar. [Het Evangelie van Christus is de vernieuwing der wereld, de hervorming der wetenschap. Indien de Zoon haar vrijgemaakt heeft, dan alleen is zij waarlijk vrij.

Zoo doen wij dan ook niets af op de wetenschap van den tegenwoordigen tijd. Wij erkennen haar in haar volle waarde en hebben eerbied voor den ijver, het geduld, de inspanning, het talent en genie harer beoefenaars. Maar indien wetenschap nog iets anders en meer is, dan zuivere

Sluiten