Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE LITURGIE DER GEREFORM. ENZ.

CHRISTELIJKE GEBEDEN,

DIE IN DE VERGADERINGEN DER GELOOVIGEN, IN DE HUIZEN DER CHRISTENEN, EN ELDERS GERRUIKT WORDEN.

HS&K--

In de oudste uitgaven van onze Liturgie stonden doorgaans eerst de Dienstformulieren, yoor zoover zij toen reeds bestonden (nl. die voor Kinderdoop, Avondmaal en Huwelijksbevestiging), en daarna volgden dan de Gebeden. In de uitgave van 1611, die bij de vaststelling van den officieelen tekst ten grondslag gelegd werd, was die orde behouden, en waren de overige Formulieren daaraan toegevoegd naar de tijdsorde waarin zij vervaardigd waren. De Gebeden stonden daar dus midden tusschen de Dienstformulieren in; en de Reviseurs, die de Dordtsche Synode in 1619 benoemd heeft, hebben te dien aanzien in hun Rapport geene opmerking gemaakt. Toch was zulke plaatsing zeer zonderling; en

daarom was het alleszins begrijpelijk, dat bijna alle volgende uitgaven die niet overnamen, maar de Dienstformulieren bijeenvoegden, en de Gebeden daaraan lieten voorafgaan. Die vooraanplaatsing der Gebeden kan ook eigenlijk gezegd worden, door de Kerken zelve te zijn goedgevonden; want in het besluit, dat de Dordtsche Synode met betrekking tot de Liturgie genomen heeft, en waarin hare onderscheidene deelen achtereenvolgens worden opgenoemd, worden allereerst de Gebeden vermeld. Met betrekking tot de opeenvolging der Gebeden zelve, is de officieele volgorde, waarvan de thans gangbare redactie veelszins afwijkt, hier hersteld.

[Bede bjj den aanvang van de samenkomst der gemeente.]

Onze hulpe is in den name des HEEREN, die hemel en aarde gemaakt heeft. Amen *).

Eene algemeene belijdenis der zonden, en gebed des Zondags vóór de Predikatie, en op vast- en biddagen 2).

O eeuwige God en allergenadigste Vader, wij verootmoedigen onszelven uit den grond des harten voor uwe hooge majesteit, tegen welke wij zoo menigmaal en zoo gruwelijk gezondigd hebben, en bekennen, dat (zoo Gij met ons in het gericht wilt gaan) wij niet anders dan den eeuwigen dood verdiend hebben. Want behalve dat wij allen door de erfzonde voor U onrein en kinderen des toorns zijn, ontvangen uit zondig zaad, en in ongerechtigheid geboren, waardoor allerhande booze lusten, tegen U en onzen naaste strijdende, in ons wonen, zoo hebben wij nog bovendien met de daad uwe geboden menigmaal en zonder ophouden overtreden, nalatende wat Gij ons geboden hadt, en doende wat ons klaarlijk verboden was. Wij hebben

1) Dit korte Votum, aan Ps. OXXIV: 8 ontleend, is reeds sedert meer dan 21/, eeuw in de meeste uitgaven weggebleven, doordat het in den tekst van de 16e eeuw nog niet voorkwam. Toch behoort het (hoewel zonder opschrift) tot den officieelen tekst;even goed als de Zegen die achter het Gebed na de Predikatie in bijna alle uitgaven van de Liturgie is behouden gebleven.

2) In plaats van dit opschrift, dat de officieele tekst heeft, is reeds sedert meer dan 21/» eeuw in de meeste uitgaven nagedrukt, wat reeds in de 16e eeuw als opschrift voorkomt: „Gebed des Zondags vóór de Predikatie."

allen als schapen gedwaald, en hebben grootelijks tegen U gezondigd, hetwelk wij bekennen, en het is ons van harte leed; ja wij belijden, tot onze vernedering en tot prijs van uwe ontferming te onswaarts, dat onze zonden het getal van de haren onzes hoofds te boven gaan, en dat wij tien duizend talenten schuldig zijn, waartegen wij niets hebben om te betalen; waarom wij ook niet waardig zijn uwe kinderen genaamd te worden, noch onze oogen op te slaan ten hemel, om onze gebeden voor U uit te spreken. Nochtans, o Heere God en barmhartige Vader, wetende dat Gij den dood des zondaars niet begeert, maar dat hij zich bekeere en leve, en dat uwe barmhartigheid oneindig is, die Gij bewijst aan degenen die zich tot U bekeeren; wij roepen U van harte aan, in het vertrouwen op onzen Middelaar Jezus Christus, die het Lam Gods is, dat de zonde der wereld wegneemt, en bidden U, dat Gij wilt medelijden hebben met onze zwakheid, ons om Christus' wille alle onze zonden vergevende. Wasch ons in de zuivere fontein zijns bloeds, opdat wij rein en sneeuwwit worden. Dek onze naaktheid met zijne onschuld en gerechtigheid, om de eere uws naams. Reinig ons verstand van alle blindheid, en onze harten van allen moedwil en hardnekkigheid. Open thans den mond uws dienaars, en vervul dien met uwe wijsheid en kennis, opdat hij uw woord zui verlij k en vrijmoediglijk vëfkondige. Rereid ook ons aller harten, opdat wij datzelve hooren, verstaan en bewaren mogen. Schrijf uwe wetten

Sluiten