Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijk prijzen. Troost') ook alle weduwen en weezen, gelijk Gij hun Vader zijt. Wil alle bevruchte vrouwen, en die in barensnood zijn, eene goede verlossing geven, en de kranke kraamvrouwen oprichten. Wil in alle degenen, die krankzinnig zijn, vermeerderen de goede gaven des verstands, opdat zij die aanwenden tot grootmaking uws naams en stichting huns naasten.

Eindelijk, o Heere, wil ons en de onzen, mitsgaders alles wat ons aangaat, in uwe bescherming en bewaring nemen; voornamelijk 2) die uitgereisd zijn te water en te land, in zorgelijke wegen, tot bevordering van uwe Kerke of de welvaart des Lands, of ook om hunne eigene eerlijke zaken. Zegen ook de vruchten der aarde, geef het daarvoor gunstige weder, en vruchtbaren wasdom; en geef dat wij in ons beroep naar uwen wil mogen leven, en de gaven, die wij van uwen zegen ontvangen, alzoo gebruiken, dat zij ons niet verhinderen, maar veel meer ons bevorderlijk zijn tot het eeuwige leven. Sterk ons ook in alle aanvechtingen, opdat wij in het geloof strijdende overwinnen mogen, en 'hiernamaals met Christus het eeuwige leven bezitten.

Om alle deze dingen bidden wij U, gelijkerwijs onze getrouwe Heere en Zaligmaker Jezus Christus zelf ons geleerd heeft:

Onze Vader, die in de hemelen zijt;

Uw naam, worde geheiligd.

Uw koninkrijk kome.

Uw wil geschiede, gelijk in den hemel, alzoo ook op de aarde.

Geef ons heden ons dagelijksch brood.

En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren.

En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den booze.

Want uw is het koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.

Wil 8) ons sterken in het waarachtig Christelijk geloof, opdat wij daarin dagelijks meer en meer toenemen; waarvan

1) De voorbeden, die van hier af tot het einde der alinea in den officieelen tekst gevonden worden, kwamen in den tekst der 16e eeuw nog niet voor, en zijn daardoor reeds sedert ruim 2'/> eeuw in de gangbare redactie weggelaten.

2) De voorbeden, die van hier af tot aan de woorden : „geef dat wij in ons beroep," in den officieelen tekst gevonden worden, kwamen in den tekst der 16e eeuw nog niet voor, en zijn daardoor reeds sedert ruim 2'/, eeuw in de gangbare redactie weggelaten.

3) Deze bede, met de daarbij behoorende geloofsbelij¬

denis, die in den officieelen tekst hier gevonden wordt,

kwam in den tekst der 16e eeuw nog niet voor, en

is daardoor reeds sedert ruim 2*/j eeuw in de gang¬

bare redactie weggelaten.

wij belijdenis doen met mond en hart sprekende :

Ik geloof in God den Vader, den Almachtige, Schepper des hemels en der aarde.

En in Jezus Christus, zijnen eeniggeborenen Zoon, onzen Heere; die ontvangen is van den Heiligen Geest, geboren uit de maagd Maria; die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald ter helle; ten derden dage wederom opgestaan van de dooden; opgevaren ten hemel, zittende ter rechterhand Gods des almachtigen Vaders; van waar Hij komen zal om te oordeelen de levenden en de dooden.

Ik geloof in den Heiligen Geest. Ik geloof eene heilige, algemeene, Christelijke Kerk, de gemeenschap der heiligen; vergeving der zonden; wederopstanding des vleesches; en een eeuwig leven.

Daarna besluit men de samenkomst der gemeente met den gewonen zegen aldus:

Verheftx) uwe harten tot God, en ontvangt den zegen des Heeren:

De HEERE zegene u, en behoede u;

De HEERE doe zijn aangezichte over u lichten, en zij u genadig;

De HEERE verheffe zijn aangezichte over u, en geve u vrede; Amen2).

Eene openlijke belijdeni* der zonden, en

korter formulier des gebed» vóór de Predikatie s).

Hemelsche Vader, eeuwige en barmhartige God, wij erkennen en belijden voor uwe Goddelijke majesteit, dat wij arme ellendige zondaren zijn, ontvangen en geboren m alle boosheid en verdorvenheid, geneigd tot alle kwaad, en onnut tot eenig goed, en dat wij met ons zondig leven zonder ophouden uwe heilige geboden overtreden, waardoor wij uwen toorn tegen ons verwekken, en naar uw rechtvaardig oordeel op ons laden de eeuwige verdoeI menis. Maar, o Heere, wij hebben berouw

1) De vijf woorden, waarmede in den officieelen tekst de zegen wordt ingeleid, en die in den tekst der 16e eeuw niet voorkwamen, zijn reeds sedert ruim 21Ji eeuw in de gangbare redactie weggelaten.

2) Wat de officieele tekst nog laat volgen: „Zijt gedachtig der armen," stond reeds in alle uitgaven van de 16e eeuw, maar is voor ruim 272 eeuw allengs weggelaten, daar men in verre de meeste Kerken toen niet meer gewoon was, bij de deuren van het kerkgebouw de collecten te doen houden. Om diezelfde reden is het thans hier ook niet meer op zijne plaats.

3) In de sedert ruim 2l/t eeuw gangbare redactie is dit gebed gemaakt tot „een kort Gebed vóór de Predikatie in de week." Zeker ten onrechte; en ook niet volgens den tekst der 16e eeuw, waar het opschrift was: „Eene openlijke belijdenis der zonden, en Gebed vóór de Predikatie "

Sluiten