Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verzegelen; daarom moeten wij hem tot dat einde, en niet uit gewoonte of bijgeloovigheid gebruiken. Opdat het dan openbaar worde, dat gij alzoo gezind zijt, zult gij van uwentwege hierop ongeveinsdelijk antwoorden:

Eerstelijk, hoewel onze kinderen in zonden ontvangen en geboren zijn, en daarom aan allerhande ellendigheid, ja aan de verdoemenis zelve onderworpen, of gij niet bekent, dat zij in Christus geheiligd zijn, en daarom als lidmaten zijner gemeente behooren gedoopt te wezen?

Ten andere, of gij de leer, die in het Oude en Nieuwe Testament, en in de Artikelen des Christelijken geloofs begrepen is, en in de Christelijke Kerk alhier geleerd wordt 1), niet bekent, de waarachtige en volkomene leer der zaligheid te wezen?

Ten derde 2), of gij niet belooft en u

1) In de plaats van deze 8 woorden heeft de uitgave van 1611: „en dienvolgende in de Christelijke Kerkgeleerd tvordt"; en de Reviseurs, die de Dordtsche Synode in 1619 benoemd heeft, hebben in het gansohe Doopformulier slechts deze verandering aangebracht, dat zij aan het einde het woord „Dienaar" door „Kerkedienaar" vervangen hebben. Toch is de gewijzigde uitdrukking, die uit de gewone redactie in den bovenstaanden tekst is opgenomen, zonder twijfel officieel, daar zij zeker is goedgekeurd door de Dordtsche Synode zelve, ook al is in hare acten en bescheiden te dien aanzien niets opgeteekend. Immers, de genoemde Reviseurs zeggen in hun Rapport uitdrukkelijk, dat men op de door hen aangewezen plaats „zal stellen het Formulier van den Doop der kinderen, gelijk het in de Nationale Synode hersteld is." Deze Synode heeft dus in dat Formulier, gelijk het in 1611 geredigeerd was, iets veranderd, hierbij toteene vroegere redactie terugkeerende. En nu is dit juist het geval met de aangehaalde woorden uit de tweede Doopvraag, die in de oorspronkelijke redactie der 16e eeuw aldus luidden: „deze leer, die hier geleerd wordt." Dat de bedoelde „herstelling" hierop zien ruoet, wordt ook bevestigd door de omstandigheid, dat in den Arminiaanschen strijd die oude redactie van de tweede Doopvraag door de Gereformeerden weder op den voorgrond gesteld was. En ten overvloede wordt door Trigland, die zelf lid was van de Dordtsche Synode, uitdrukkelijk verklaard, dat in deze Doopvraag de invoeging van het woordje hier of in deze Kerk, waartoe de Amsterdamsche predikanten reeds in 1613 eenparig besloten, „daarna goed gevonden is in de Nationale Synode te Dordrecht, Anno 1619".

2) In de uitgave van 1611 luidt deze vraag: „Ten derde yraag ik u, gij Vader van dit kind [met de kantteekening: „Of, Vaders van deze kinderen"], of gij niet belooft en voor u neemt, hetzelve, als het tot zijn verstand komt, in de voorzeide leer naar uw vermogen te onderwijzen". En op de woorden: „Antwoord: .Ta", volgt dan nog: „Daarna spreekt de Dienaar aldus: Voorts gelijkerwijs een ieder Christen vanwege de liefde schuldig is zijnen naaste, zoo jong als oud, tot de Godzaligheid te vermanen,- alzoo wil ik u voornamelijk, die als getuigen staat over den Doop van dit kind (of, deze kinderen), gebeden en vermaand hebben, dat gij hetzelve in het opwassen wilt helpen stieren in de wegen des Heeren, opdat het zijnen Doop recht mag beleven".

In de oorspronkelijke redactie kwam deze vermaning niet voor, en werd de vraag zelve gedaan, niet alleen aqn de ouders, maar ook aan de getuigen; dus zonder de woorden: „gij Vader van dit kind". Maar dit was veranderd, reeds door de Dordtsche Synode van 1574, die de oude Doopvragen bestendigde met deze wijziging: „behalve dat de Kerkedienaars de ouders verbinden, en de bijstaande getuigen vermanen zullen."

In den sedeit ruim 2'/2 eeuw gangbaren tekst is men in dit opzicht tot de oorspronkelijke redactie terugge-

voorneemt*), dit kind, als het tot zijn verstand zal gekomen zijn, waarvan gij vader of getuige zijt2) K;, deze kinderen, als zij tot hun verstand zullen gekomen zijn, een iegelijk het zijne, waarvan hij vader of getuige isf, in de voorzeide leer naar uw vermogen te onderwijzen, of te doen en te helpen onderwijzen?

Antwoord: Ja 3).

Daarna bij het doopen spreekt de Kerkedienaar aldus :

N. Ik doop u in den naam des Vadersr en des Zoons, en des Heiligen Geestes.

Dankzegging.

Almachtige, barmhartige God en Vader, wij danken en loven U, dat Gij ons en onzen kinderen, door het bloed van'uwen lieven Zoon Jezus Christus, alle onze zonden vergeven, en ons door uwen Heiligen Geest tot lidmaten van uwen eeniggeborenen Zoon, en alzoo tot uwe kinderen aangenomen hebt, en ons dit met den Heiligen Doop bezegelt en bekrachtigt. Wij bidden U ook, door Hem, uwen lieven Zoon, dat Gij dit kind 4) met uwen Heiligen Geest altijd wilt regeeren, opdat het Christelijk

keerd; zelfs met invoeging van de woorden: „waarvan gij vader of getuige zijt"; en met bijvoeging van de woorden: „of te doen en te helpen onderwijzen."

Dat deze verandering, die soms wel is toegeschreven aan de door de Dordtsche Synode in 1619 benoemde Reviseurs, toch door hen niet gemaakt is, blijkt uit hun Rapport. Maar het kan wel zijn, en het is zelfs waarschijnlijk, dat zij, evenals de verandering in de tweede Doopvraag, van de Synode zelve afkomstig is, en dat zij dus ook behoort tot de, in de vorige noot vermelde, „herstelling", d. i. terugkeering tot de oude redactie, welke deze Syn," Je, volgens het genoemde Rapport, in het Doopformulier heeft aangebracht. Denkelijk is de sedert lang gangbare en hierboven afgedrukte redactie dus inderdaad de officieele. En in ieder geval kan hier het tegendeel niet worden aangenomen.

1) De officieele tekst heeft hier: voor u neemt, hetgeen in de taal der 16e eeuw hetzelfde was als: u voorneemt, of, bij uzelven tesluit; maar thans in dien zin niet meer kan gezegd worden.

2) Bij deze uitdrukking staat geene kantteekening. Niet, alsof zij altijd letterlijk aldus zou te gebruiken zijn. Maar omdat het wel vanzelf spreekt dat zij te wijzigen is naar gelang van omstandigheden (b.v. wanneer bij eene Doopsbediening geene getuigen gebruikt worden, of wanneer de vader overleden of afwezig is, enz.).

3) De officieele tekst heeft achter elke der drie vragen: Antwoord: Ja. De redactie der 16e eeuw had dit enkel aan het slot der vragen; en de sedert ruim 2'/j eeuw gangbare tekst is hierin tot de oude redactie teruggekeerd. Ook in den bovenstaanden tekst is deze behouden, daar het uit den aard der zaak onverschillig is, of de drie vragen tegelijk, of wel één voor één, beantwoord worden, en er dus geene genoegzame reden is, om een gebruik, waaraan de gemeente sedert lang gewoon is, te willen veranderen.

4) In den officieelen tekst staat hier op den kant aangeteekend: of deze kinderen; ter aanwijzing dat hier, en in het verdere van dit gebed, soms het enkelvoud in het meervoud te veranderen is.

Voorts komt de officieele tekst hier geheel overeen met de oude redactie der 16e eeuw. Maar in de sedert ruim 2'/2 eeuw gangbare redactie is het woord gedoopte hier ingevoegd (deze gedoopte kinderen).

Sluiten