Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en Godzaliglijk opgevoed worde, en in den Heere Jezus Christus wasse en toeneme, opdat het uwe vaderlijke goedheid en barmhartigheid, die Gij hem en ons allen bewezen hebt, moge bekennen, en in alle gerechtigheid, onder onzen eenigen Leeraar, Koning en Hoogepriester, Jezus Christus, leve, en vromelijk tegen de zonde, den duivel en zijn gansche rijk strijden en overwinnen moge, om U, en uwen Zoon Jezus Christus, mitsgaders den Heiligen Geest, den eenigen en waarachtigen God, eeuwiglijk te loven en te prijzen. Amen.

Formulier ') om den Heiligen Doop aan de volwassenen 2) te bedienen.

Als degenen, die in hunne jonkheid (hetzij door nalatigheid of door dwaling hunner ouders) niet gedoopt zijn, tot de jaren huns verstands gekomen zijnde, begeeren den Christelijken Doop te ontvangen, zoo zal men ze eerst wèl onderwijzen in de gronden der Christelijke religie. En als zij daarvan (hetzy in den Kerkeraad, of voor zijne daartoe gedeputeerden, of openlijk, naardat in elke Kerk geoordeeld wordt het stichtelijkst te zijn) eene goede belijdenis hebben gedaan, zal men ze tot den Heiligen Doop toelaten, en in het bedienen daarvan dit navolgende formulier gebruiken.

De hoofdsom van de leer des Heiligen Doops is in deze drie stukken begrepen : Eerstelijk, dat wij met onze kinderen in

1) Van het Formulier voor den Doop der volwassenen is de eindredactie vastgesteld, niet door de Reviseurs, die de Dordtsche Synode in 1619 voor de Liturgie benoemd heeft, maar door deze Synode zelve; en wel zóó, dat in het sedert 1611 bij de Zeeuwsche Kerken aangenomen Formulier de vierde alinea en de vragen door eene nieuwe redactie vervangen werden. Daarna echter hebben alle drukkers van de Liturgie, door een zonderling misverstand van hetgeen de Synode besloten had, uitsluitend die nieuwe redactie van een deel des Formuliers in hunne uitgaven opgekomen; waarbij het begin van dat stuk („En hoewel de Kinderen der Christenen, niettegenstaande zij deze dingen niet verstaan"), dat alsdan natuurlijk geen zin had, door sommigen eenvoudig gewijzigd werd. En ofschoon in de volgende twee eeuwen vele Classen en Particuliere Synoden telkens op dien misstand de aandacht gevestigd hebben, bleef de alzoo verminkte tekst in alle uitgaven onveranderd. In den bovenstaanden tekst is nu het geheele Formulier afgedrukt; ook de uiteenzetting van de hoofdsom van de leer des Heiligen Doops (op wier voorstelling de leeftijd van den Doopeling natuurlijk geenerlei invloed kan hebben), de Gebeden, enz. Voor de lSatst bedoelde stukken geeft de uitgave van 1611 de officieele redactie; en voor de in 1619 opnieuw geredigeerde stukken is die te vinden in de acta (postacta) der Dordtsche Synode. Hierbij is echter in het oog te houden, dat van die postacta alleen de Latijnsche tekst officieel is; terwijl de gebruikelijke Hollandsche vertaling, die niet door de gezamenlijke Kerken, maar alleenlijk door de Zuid-Hollandsche Synode in 1669 bezorgd is, hier en daar niet onverbeterlijk is. Waar dit in het oog valt, is daarom voor den bovenstaanden tekst ook gebruik gemaakt van eene particuliere vertaling uit denzelfden tijd, die nauwkeuriger is; opdat de officieele tekst zoo goed mogelijk zou gegeven worden.

2) In de sedert ruim 21/t eeuw gangbare redactie wordt hier, en ook in het Fomulier zelf, het woord bejaarden gebruikt. De officieele tekst heeft echter het woord volwassenen. Ook is men thans niet meer gewoon, een kind, dat tot zijne jaren gekomen is (naar den kerkelijken regel van vroeger, reeds met het 16e levensjaar), reen bejaarde" te noemen.

zonden ontvangen en geboren, en daarom kinderen des toorns zijn, zoodat wij in het rijk Gods niet kunnen komen, tenzij wij van nieuws geboren worden. Dit leert ons de ondergang en besprenging met het water, waardoor ons de onreinigheid onzer zielen wordt aangewezen; opdat wij vermaand worden, een mishagen aan onszelven te hebben, ons voor God te verootmoedigen, en onze reinigmaking en zaligheid buiten onszelven te zoeken.

Ten tweede, betuigt en verzegelt ons de Heilige Doop de afwassching der zonden door Jezus Christus. Daarom worden wij gedoopt in den naam Gods, des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes. Want als wij gedoopt worden in den naam des Vaders, zoo betuigt en verzegelt ons God de Vader, dat Hij met ons een eeuwig verbond der genade opricht, ons tot zijne kinderen en erfgenamen aanneemt, en daarom van alle goed ons verzorgen, en alle kwaad van ons weren, of ten onzen beste keeren wil. En als wij in den naam des Zoons gedoopt worden, zoo verzegelt ons de Zoon, dat Hij ons wascht in zijn bloed van alle onze zonden, ons in de gemeenschap zijns doods en zijner wederopstanding inlijvende, alzoo dat wij van onze zonden bevrijd, en rechtvaardig voor God gerekend worden. Desgelijks als wij gedoopt worden in den naam des Heiligen Geestes, zoo verzekert ons de Heilige Geest door dit Heilig Sacrament, dat Hij in ons wonen, en ons tot lidmaten van Christus heiligen wil, ons toeëigenende hetgene wij in Christus hebben, namelijk, de afwassching onzer zonden, en de dagelijksche vernieuwing onzes levens, totdat wij eindelijk onder de gemeente der uitverkorenen in het eeuwige leven onbevlekt zullen gesteld worden.

Ten derde, overmits in alle verbonden twee deelen begrepen zijn, zoo worden wij ook weder van God door den Doop vermaand en verplicht tot eene nieuwe gehoorzaamheid, namelijk, dat wij dezen eenigen God, Vader, Zoon en Heiligen Geest, aanhangen, betrouwen en liefhebben van ganscher harte, van ganscher ziele, van ganschen gemoede en met alle krachten, de wereld verlaten, onze oude natuur dooden, en in een nieuwGodzalig leven wandelen. En als wij somtijds uit zwakheid in zonden vallen, zoo moeten wij aan Gods genade niet vertwijfelen, noch in de zonden blijven liggen, overmits de Doop een zegel en ontwijfelbaar getuigenis is, dat

1) De officieele tekst, die in het Formulier voor den kinderdoop te dezer plaatse het woord nieuw wegliet, heeft het in dit Formulier hier behouden.

Sluiten