Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Onze Vader, die in de hemelen zijt, Uw naam worde geheiligd. Uw koninkrijk kome.

Uw wil geschiede, gelijk in den hemel, alzoo ook op de aarde.

Geef ons heden ons dagelijksch brood. En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren

En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den booze.

Want uw is het koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.

Formulier des Bant of der afsnijding van de Gemeente.

Gelieiden in den Heere Jezus Christus, het is u bekend, dat wij nu op onderscheidene tijden bij zekere trappen u voorgehouden hebben, welk eene groote zonde en zware ergernis onze medelidmaat N. gedaan en gegeven heeft; ten einde hij, door uwe Christelijke vermaningen en gebeden, tot God zich mocht bekeeren, en uit den strik des duivels (die hem gevangen houdt tot') zijnen wil) los geworden zijnde, ontwaken mocht tot den wil des Heeren. Maar wij kunnen u met groote droefheid niet verbergen, dat ons tot nog toe niemand is verschenen, die in het minste te verstaan gegeven heeft, dat hij, door de menigvuldige vermaningen aan hem gedaan (zoo in het bijzonder, als voor getuigen, en in tegenwoordigheid van velen), gekomen zoude zijri tot eenig berouw over zijne zonde, of eenig teeken van ware boetvaardigheid aan zich heelt laten merken. Dewijl hij dan zijne overtreding, op zichzelve niet klein zijnde, door zijne hardnekkigheid dagelijks nog grooter maakt, en wij u laatstmaal aangezegd hebben, dat wij, in geval hij, na zoo lang geduld dat de Kerk met hem gehad heeft, zich niet bekeerde, gedwongen zouden zijn ons verder over hem te bedroeven, en tot de uiterste remedie te komen; zoo zijn wij genoodzaakt nu tegenwoordiglijk voort te varen tot zijne afsnijding, volgens het bevel en den last, ons gegeven in Gods Heilig Woord, ten einde hij hierdoor (zoo het mogelijk is) tot schaamte over zijne zonden

1) De woorden: tot zijnen wil, die in den officieelen tekst niet gevonden worden, zijn hier bijgevoegd uit de Schriftplaats, waaraan deze gansche volzin ontleend is (2 Tim. II: 26), daar ook hier de Staten-vertaling moest gevolgd worden: „En zij wederom ontwaken mochten uit den strik des duivels, onder welken zij gevangen waren tot zijnen [d.i. deB duivels] wil." De officieele tekst van het Formulier berustte op de vertaling van die plaats, die voor drie eeuwen het gebruikelijkst was: „En dat zy, van de banden des duivels onigaande (van denwelken zij gevangen zijn), ontwaakten tot zijnen [d.i. Gods] wil."

gebracht worde; opdat men ook door dit verrottende en tot nog toe ongeneeselijke lid het geheele lichaam der Gemeente niet in gevaar stelle, en de naam Gods niet gelasterd worde.

Daarom wij, Dienaars en Voorstanders der gemeente Gods alhier, vergaderd zijnde in den naam en de macht van onzen Heere Jezus Christus, verklaren voor u allen,, dat N., om de voorzeide oorzaken, uitgesloten is, en wordt uitgesloten mits dezen buiten de Gemeente des Heeren, en vreemd is aan de gemeenschap van Christus, van de Heilige Sacramenten, en van alle geestelijke zegeningen en weldaden Gods, die Hij aan zijne Gemeente belooft en bewijstr zoo lang hij hardnekkig en onboetvaardig blijft in zijne zonden, en is daarom door ulieden te houden als'de heiden en tollenaar, naar het bevel van Christus, die zegt, in den hemel gebonden te zijn, al wat zijne Dienaars binden op de aarde.

Voorts vermanen wij u, geliefde Christe nen, dat gij u niet vermengt met hemt opdat hij beschaamd worde; nochtans hem niet houdende als vijand, maar bij wijlen vermanende, gelijk men eenen broeder doet.

Intusschen spiegele zich een iegelijk aan dit en dergelijke voorbeelden, om den Heere te vreezen, en naarstiglijk voor zich toe te zien, indien hij meent te staan, dat. hij niet valle, maar ware gemeenschap hebbende met den Vader en zijnen Zoon Christus, mitsgaders met alle geloovige Christenen, daarin volstandig blijve tot den einde toe, en alzoo de eeuwige zaligheid verkrijge. Gij hebt gezien, lieve broeders en zusters, op welke wijze deze onze afgesneden broeder heeft begonnen te vervallen, en allengskens meer en meer gekomen is tot den val. Merkt dan aan hem, hoe listig de satan is om den menscb te brengen tot het verderf, en af te trekken van alle heilzame middelen ter zaligheid. Zoo wacht u dan mede voor de minste beginselen des kwaads, en, naar de vermaning des Apostels, afleggende allen last, en de zonde die ons lichtelijk omringt, loopt met lijdzaamheid de loopbaan, die ons is voorgesteld, ziende op den oversten Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus. Zijt nuchteren, waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking valt. Heden, zoo gij de stemme des Heeren hoort, verhardt uw hart niet; maar werkt uws zelfs zaligheid met vreeze en beven; en een iegelijk hebbe berouw van zijne zonde, opdat onze God ons niet wederom vernedere, en dat wij rouwe zouden moeten hebben over iemand van ulieden; maar dat gij, eendrachtiglijk in Godzaligheid

Sluiten