Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Arm de andere zijde, geliefde Christenen, ontvangt deze mannen als dienstknechten Gods. Wilt de Ouderlingen, die wèl regeeren, dubbele eere waardig achten; begeeft u gewilliglijk onder hun opzicht en rêgeering. Voorziet de Diakenen met goede middelen tot hulpe der armen. Zijt weldadig, gij rijken, geeft mildelijk, en deelt gaarne mede. En gij armen, zijt arm van geest, en gedraagt u jegens uwe verzorgers in allen eerbied; weest dankbaar jegens hen, en murmureert niet. Volgt Christus om de spijze der ziele, en niet om het brood. Die gestolen heeft, stele niet meer, maar arbeide liever, werkende wat goed is met de handen, opdat hij hebbe mede te deelen dengene die nood heeft. Dit doende, elk in het zijne, zult gij van den Heere ontvangen het loon der gerechtigheid.

Doch alzoo wij van onszelven hiertoe onbekwaam zijn, zoo laat ons den almachtigen God aldus aanroepen:

Heere God, hemelsche Vader, wij danken U, dat het U beliefd heeft, tot meerderen wasdom uwer Kerk, daarin te verordenen, nevens de Dienaren des Woords, regeerders en helpers, waardoor uwe gemeente in goeden vrede en welstand zoude kunnen bewaard worden, en de arme menschen onderhouden; en dat Gij ons thans in deze plaats verleend hebt mannen van goede getuigenis, en die begaafd zijn met uwen Geest Wij bidden U, verleen hun meer en meer zoodanige gaven, als hun in hunne bediening noodig zijn; de gave der wijsheid, der kloekheid, der onderscheiding en der weldadigheid; ten einde een ieder zich behoorlijk kwijte in zijn ambt: de Ouderlingen, in vlijtig opzicht te nemen op de leer en den wandel, in het weren der wolven uit de schaapskooi van uwen lieven Zoon, en in het vermanen en bestraffen der ongeregelde menschen; insgelijks de Diakenen, in het naarstig ontvangen en mild en voorzichtig uitdeelen der aalmoezen aan de armen, ook mede in het liefelijk vertroosten van deze met uw heilig Woord. Schenk aan beiden, de Ouderlingen en de Diakenen, uwe genade, dat zij in hunnen getrouwen arbeid volstandiglijk voortgaan, zonder door eenige moeite, verdriet, of vervolging der wereld, immermeer te vertragen. Verleen ook inzonderheid uwen Goddelijken zegen aan dit volk, waarover zij gesteld zijn, opdat zij zichzelven aan de goede vermaning der Ouderlingen gaarne onderwerpen, hen in eere houdende om huns ambts wille; geef den rijken milde har¬

ten tot de armen, en den armen een dankbaar gemoed jegens degenen, die hen helpen en bedienen; ten einde alzoo, een iegelijk zich kwijtende in zijn ambt, uw heilige naam daardoor groot gemaakt, en het Rijk uws Zoons Christus bevorderd moge worden; in wiens naam wij ons gebed besluiten, zeggende:

Onze Vader, die in de hemelen zijt;

Uw naam worde geheiligd.

Uw koninkrijk kome.

Uw wil geschiede, gelijk in den hemel, alzoo ook op de aarde.

Geef ons heden ons dagelijksch brood.

En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren.

En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den booze.

Want uw is het koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.

Formulier om den hnwelüken staat voor de Gemeente van Christus te bevestigen.

»F" En eerstelijk, hoe men de verloofden tevoren zal afkondigen.

N. en N. willen zich naar Gods ordening tot den heiligen huwelijken staat begeven; daartoe begeeren zij een Christelijk gebed der geheele gemeente, opdat zij dezen Christelijken staat in Gods naam beginnen, en zaliglijk tot zijnen lof voleinden mogen.

En zoo iemand daartoe iets te spreken had, waardoor zulks verhinderd of opgehouden mocht worden, ;die brenge zulks ordelijk en bijtijds aan, of zwijge daarna, en wachte zich eenige verhindering daartegen voor te nemen,

Zoo daar geene wettige beletselen zijn, zoo vaart men na de voleinding der afkondiging voort. En de Dienaar spreekt aldus:

Overmits den getrouwden gemeenlijk velerhande tegenspoed en kruis vanwege de zonde overkomt; opdat gij, N. en N. (die uwe echtelijke verbinding in Gods naam openlijk alhier in de Kerk wilt laten bevestigen), in uwe harten ook verzekerd zijn moogt van de gewisse hulpe Gods in uw kruis; zoo hoort uit den Woorde Gods, hoe eerbaar de huwelijke staat is, en dat hij eene inzetting Gods is, die Hem behaagt ; waarom Hij ook de getrouwden wil zegenen, en hen bijstaan, gelijk Hij beloofd heelt; daarentegen de hoereerders en overspelers wil Hij oordeelen en straffen.

En eerstelijk zult gij weten, dat God, onze Vader, nadat Hij hemel en aarde, en alles wat daarin is, geschapen had, den mensch schiep, naar zijnen beelde en zijne

Sluiten