Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebt, dat God den huwelijken staat ingezet heeft, en wat u daarin van Hem bevolen is; zijt gij des zins en willens, in dezen heiligen staat alzoo te leven, gelijk gij hier betuigt voor de Christelijke gemeente; en begeert gij, dat deze uw huwelijke staat bevestigd worde?

Antwoord: Ja.

■2NF" Daarna spreekt de Dienaar tot de gemeente.

Ik neem u allen, die hier nu vergaderd zijt, tot getuigen, dat er geene wettige verhindering tegen dit huwelijk voorgekomen is.

Voorts tot de trouwenden:

Naardien het dan recht en behoorlijk is, dat uwe zaak voortgang hebbe, zoo wille onze Heere God uw voornemen, hetwelk Hij u gegeven heeft, bevestigen, en uw beginsel zij in den name des Heeren, die hemel en aarde geschapen heeft.

Daarna 1) zullen zij malkanderen de hand geven; en de Dienaar spreekt eerstelijk tot den Bruidegom:

N. Bekent gij hier voor God en zijne heilige gemeente, dat gij genomen hebt, en neemt, tot uwe wettige huisvrouwe N. hier tegenwoordig ; haar belovende, dat gij haar nimmermeer zult verlaten; dat gij haar zult liefhebben, en trouwelijk onderhouden, gelijk een getrouw en Godvreezend man aan zijne wettige vrouwe schuldig is; dat gij ook heiliglijk met haar leven wilt, haar trouw en geloof2) houdende in alle dingen, naar uitwijzen van het heilig Evangelie?

Antwoord: Ja.

•jP3T- Daarna tot de Bruid:

N. Bekent gij hier voor God en zijne heilige gemeente, dat gij genomen hebt, en neemt, tot uwen wettigen man N. hier tegenwoordig; en belooft gij, hem gehoorzaam te zijn, hem te dienen en te helpen,

1) In den officieelen tekst staan hier alleenlijk de woorden: Tot den Bruidegom; terwijl de woorden: Daarna zullen zij malkanderen de hand geven, aldaar later volgen, nl. na het antwoord van de bruid, onmiddellijk vóór den zegen. Het is echter enkel in die redactie van het jaar 1611, dat het geven van de rechterhand eerst na het beantwoorden van de vragen gesteld wordt. In alle andere uitgaven, niet slechts na dien tijd, maar ook reeds in de 16e eeuw, ging het daaraan vooraf. Daar dit dus van ouds gebruikelijk is, en daar het bovendien goeden grond heeft, moet men deze gewoonte niet meer willen veranderen, en is daarom boven in den tekst de gebruikelijke redactie gevolgd.

2) De thans verouderde zegswijze: geloof houden, is hier behouden, daar het woord geloof, dat hier den zin heeft van: getrouwheid, of, trouw, hier niet door dit woord kan vervangen worden, en in dit verband ook wel niet kan 'orden misverstaan.

hem nimmermeer te verlaten, heiliglijk met hem te leven, hem trouw en geloof in alle dingen te houden, gelijk eene vrome en getrouwe huisvrouwe haren wettigen man schuldig is, naar uitwijzen van het heilig Evangelie?

Antwoord: Ja.

2W Zoo spreekt de Dienaar:

De "Vader der barmhartigheid, die u door zijne genade tot dezen heiligen staat des huwelijks geroepen heeft, verbinde u met rechte liefde en trouwe, en geve u zijnen zegen, Amen.

Hoort nu uit het Evangelie, hoe sterk de band des huwelijks is, gelijk Mattheüs beschrijft, Kap. XIX: 3—9:

En de Pharizeën kwamen tot Hem, verzoekende Hem, en zeggende tot Hem: Is het een mensch geoorloofd zijne vrouwe van zich te laten, om allerlei oorzaak9 Doch Hij, antwoordende, zeide tot hen: Hebt gij niet gelezen, die van den beginne den mensch gemaakt heeft, dat Hij ze gemaakt heeft man en vrouw, en gezegd heeft: Daarom zal een mensch vader en moeder verlateny en zal zijne vrouwe aanhangen, en die twee zullen tot één vleesch zijn 9 Alzoo dat zij niet meer twee zijn, maar één vleesch. Hetgene dan God samengevoegd heeft, scheide de mensch niet. Zij zeiden tot Hem: Waarom heeft dan Mozes geboden eenen scheidbrief te geven, en haar van zich te laten9 Hij zeide tot hen: Mozes heeft vanwege de hardigheid uwer harten u toegelaten uwe vrouwen van u te laten; maar van den beginne is het alzoo niet geweest. Maar Ik zeg u, dat zoo wie zijne vrouwe van zich laat, anders dan om hoererij, en eene andere trouwt, die doet overspel, en die de verstootene trouwt, doet ook overspel.

Gelooft deze woorden van den Heere Christus, en zijt daarvan verzekerd, dat onze Heere God u samengevoegd heeft tot dezen heiligen staat. En daarom zult gij ook alles wat u daarin overkomt, met geduld en dankzegging aannemen, als van de hand des Heeren; zoo zal het u ook alles ten beste en ter zaligheid gedijen.

Maar overmits wij van onszelven niets goeds hebben, en dat alle goede gaven van boven komen; zoo vermaant de Dienaar de getrouwden, dat zij nederknielen, en vermaant ook de gemeente voor hen te bidden.

O almachtige God, Gij die uwe goedheid en wijsheid in alle uwe werken en ordeningen bewijst, en van den beginne gesproken hebt, dat het niet goed is, dat de mensch alleen zij, en daarom hem eene

Sluiten