Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KORT BEGRIP

DER

CHRISTELIJKE RELIGIE,

GESTELD IN VRAGEN EN ANTWOORDEN, TOT ONDERWIJZING DERGENEN DIE ZICH EERST REGEVEN TOT HET GERRUIK VAN DES HEEREN AVONDMAAL —

Het „Kort Begrip" wordt hier opgenomen; niet alsof het ook behooren zou tot de Formulieren van Eenigheid of tot de Liturgie der Gereformeerde Kerken in Nederland (onder welke het reeds sedert twee eeuwen in vele uitgaven verkeerdelijk gerangschikt is); maar omdat dit leerboek, nadat zijn gebruik door de Dordtsche Synode van 1619 was vrijgelaten, bijna drie eeuwen lang in de Nederlandsche Kerken zeer veel gebruikt is, en ook nu nog in volledige kerkboeken bijna altijd voorkomt.

Het wordt hier afgedrukt, geheel naar den oorspronkelijken tekst, en dus gelijk het in 1611 vanwege de Middelburgsche Kerk is opgesteld en uitgegeven. Alleenlijk is de aanwijzing van Schriftuurplaatsen, die aldaar bij ieder antwoord op den kant staat, hier weggelaten;

deels omdat de teksten, die latere uitgevers bij die antwoorden geplaatst hebben, vaak beter gekozen zijn; deels omdat zulke teksten bijna uitsluitend dienen voor het catechetisch gebruik van dit leerboek, en de uitgave in een kerkboek hiervoor niet bestemd is; deels omdat die Schriftplaatsen, voor zooveel zij tot bewijs van den inhoud dienen, bij den Catechismus alleszins voldoende te vinden zijn. Voorts is bij de Bijbelteksten, die in de antwoorden zijn overgenomen, hier de Staten-vertaling voor de oudere vertaling in de plaats gesteld. "En eindelijk zijn ook om taalkundige redenen enkele uitdrukkingen veranderd; waarvan echter nergens in noten opzettelijk melding gemaakt is, daar reeds bij den Catechismus van zulke wijzigingen, voor zooveel noodig, rekenschap gegeven is.

1. Vraag. Hoe vele stukken zijn u noodig te weten, opdat gij welgetroost, zaliglijk leven en sterven moogt'/

Antwoord. Drie stukken: ten eerste, hoe groot mijne zonden en ellende zijn; ten andere, hoe ik van alle mijne zonden en ellende verlost worde; ten derde, hoe ik Gode voor mijne verlossing zal dankbaar zijn.

HET EERSTE DEEL.

Van de* menscben ellende.

2. Vr. Waaruit kent gij uwe ellende?

Antw. Uit de wet Gods.

3. Vr. Wat heeft u God in zijne wet bevolen ?

Antw. Dat heeft Hij ons schriftelijk in tien geboden begrepen, welke aldus luiden:

Ik ben de IIEERE uw God, die u uit Egypteland, uit den diensthuize, uitgeleid heb.

Het eerste gebod.

Gij zult geene anders goden voor mijn aangezichte hebben.

Het tweede gebod.

Gij zult u geen gesneden beeld, noch eenige gelijkenisse maken, van hetgene dat boven in den hemel is, noch van hetgene dat onder op de aarde is, noch van hetgene dat in de wateren onder de aarde is. Gij zult u voor die niet buigen noch hen dienen. Want Ik, de HEERE uw God, ben een ijverig God, die de misdaad der voAeren bezoeke aan de kinderen, aan het derde, en aan het vierde lid dergenen, die Mij haten; en doe barmhartigheid aan duizenden dergenen, die Mij liefhebben en mijne geboden onderhouden.

Het derde gebod.

Gij zult den name des HEEREN uws Gods niet ijdellijk gebruiken; want de HEERE zal niet onschuldig houden, die zijnen name ijdellijk gebruikt.

Het vierde gebod.

Gedenk des Sabbathdags, dat gij dien heiligt. Zes dagen zult gij arbeiden en aJ uw werk doen; maar de zevende dag is de

Sluiten