Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sabbath des HEEREN uws Gods. Dan zult gij geen werk doen, gij, noch uw zoon, noch uwe dochter, noch uw dienstknecht, noch uwe dienstmaagd, noch uw vee, noch uw vreemdeling, die in uwe poorten is. Want in zes dagen heeft de HEERE den hemel en de aarde gemaakt, de zee en alles wat daarin is, en Hij rustte ten zevenden dage. Daarom zegende de HEERE denSabbathdag, en heiligde denzelven.

Het vijfde gebod.

Eer uwen vader en uwe moeder, opdat uwe dagen verlengd worden in het land, dat u de HEERE uw God geeft.

Het zesde gebod.

Gij zult niet doodslaan.

Het zevende gebod.

Gij zult niet echtbreken.

Het achtste gebod.

Gij zult niet stelen.

Hot negende gebod.

Gij zult geene valsche getuigenis spreken tegen uwen naaste.

Het tiende gebod.

Gij zult niet begeeren uws naasten huis; gij zult niet begeeren uws naasten vrouwe, noch zijnen dienstknecht, noch zijne dienstmaagd, noch zijnen os, noch zijnen ezel, noch iets, dat uws naasten is.

4. Vr. Hoe worden deze tien geboden gedeeld?

Antw. In twee tafelen.

5. Vr. Welke is de hoofdsom van hetgene u God gebiedt in de vier geboden der eerste tafel?

Antw. Dat ik den Heere mijnen God zal liefhebben van ganscher harte, van ganscher ziele, van ganschen gemoede, en met alle krachten. Dit is het eerste en het groot gebod.

6. Vr. Welke is de hoofdsom van hetgene u God gebiedt in de zes geboden der tweede tafel?

Antw. Dat ik mijnen naaste zal liefhebben als mijzelven. Aan deze twee geboden hangt de gansche wet en de profeten.

7. Vr. Kunt gij dit alles volkomenlijk houden? J

Antw. Neen ik; maar ik ben van nature geneigd, God en mijnen naaste te haten, en Gods geboden met gedachten, woorden, en werken te overtreden.

8. Vr. Heeft God u alzoo boos en verdorven van natuur geschapen?

Antw. Neen Hij; maar Hij heeft mij goed en naar zijn evenbeeld geschapen, in ware kennisse Gods, gerechtigheid en heiligheid.

9. Vr. Vanwaar komt dan die verdorvenheid, die in u is?

Antw. Uit den val en de ongehoorzaamheid van Adam en Eva in het Paradijs, waar onze natuur alzoo is verdorven, dat wij allen in zonden ontvangen en geboren worden.

10. Vr. Wat is dat voor eene ongehoorzaamheid geweest?

Antw. Dat zij hebben gegeten van de vrucht des booms, welke God hun verboden had.

11. Vr. Gaat ons de ongehoorzaamheid van Adam aan?

Antw. Ja zij toch; want hij is ons aller vader, en wij hebben allen in hem gezondigd.

1 '2. Vr. Zoo zijn wij dan onbekwaam tot eenig goed als uit onszelven, en geneigd tot alle kwaad?

Antw. Ja wij; tenzij dat wij door den Geest Gods wedergeboren worden.

13. Vr. Wil God zulke ongehoorzaamheid en verdorvenheid ongestraft laten?

Antw. Neen Hij; maar naar zijn rechtvaardig oordeel wil Hij die tijdelijk en eeuwiglijk straffen, gelijk geschreven staat: Vervloekt is een iegelijk, die niet blijft in al hetgene geschreven is in het boek der wet, om dat te doen.

HET TWEEDE DEEL.

Yan des menschen verlossing uit züne ellende.

14. Vr. Hoe kunt gij deze straffen ontgaan, en wederom tot genade komen?

Antw. Door zulk eenen middelaar, die tegelijk waarachtig God en een waarachtig rechtvaardig mensch is.

15. Vr. Wie is die middelaar?

Antw. Onze Heere Jezus Christus, die

in één persoon waarachtig God en een waarachtig rechtvaardig mensch is.

16. Vr. Kunnen de engelen onze middelaars niet zijn?

Antw. Neen zij; want zij zijn noch God noch menschen.

17. Vr. Kunnen de heiligen onze middelaars niet zijn?

Antw. Neen zij; want zij hebben zeiven gezondigd, en zijn niet anders dan door dezen eenigen Middelaar zalig geworden.

Sluiten