Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

18. Vr. Zullen ook alle menschen door den Middelaar Jezus zalig worden, gelijk zij allen door Adam zijn verdoemd geworden?

Antw. Neen zij; maar alleen, die Hem met een waar geloof aannemen; gelijk geschreven staat, Joh. III : 16: Alzoo liefheeft God de wereld gehad, dat Hij zijnen eeniggeborenen Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.

19. Vr. Wat is een waar geloof?

Antw. Het is eene stellige kennis van

God, en van zijne beloften, ons in het Evangelie geopenbaard, en een hartelijk vertrouwen, dat mij alle mijne zonden om Christus' wille vergeven zijn.

20. Vr. Wat is de hoofdsom van hetgene ons God in het Evangelie belooft, en bevolen heeft te gelooven?

Antw. Dat is begrepen in de twaalf Artikelen des algemeenen Christelijken geloofs, die aldus luiden:

1. Ik geloof in God den Vader, den Almachtige, Schepper des hemels en der aarde.

2. En in Jezus Christus, zijnen eeniggeborenen Zoon, onzen Heere; 3. die ontvangen is van den Heiligen Geest, geboren uit de maagd Maria; 4. die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald ter helle; 5. ten derden dage wederom opgestaan van de dooden; 6. opgevaren ten hemel, zittende ter rechterhand Gods des almachtigen Vaders; 7. van waar Hij komen zal om te oordeelen de levenden en de dooden.

8. Ik geloof in den Heiligen Geest. 9. Ik geloof eene heilige, algemeene, Christelijke Kerk, de gemeenschap der heiligen; '10. vergeving der zonden; 11. wederopstanding des vleesches; 12. en een eeuwig leven.

21. Vr. Als gij belijdt te gelooven in God den Vader, en denZoon, en den Heiligen Geest, bedoelt gij daarmede drie Goden?

Antw. Neen ik geenszins; want er is maar één eenig waarachtig God.

22. Vr. Waarom noemt gij dan drie: den Vader, den Zoon, en den Heiligen Geest?

Antw. Omdat God zich alzoo in zijn Woord heeft geopenbaard, dat deze drie onderscheidene Personen de eenige en waarachtige God zijn; gelijk wij ook gedoopt zijn in den naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes.

23. Vr. Wat gelooft gij met deze woorden: Ik geloof in God den Vader, den Almachtige, Schepper des hemels en der aarde 9

Antw. Dat de eeuwige Vader onzes Heeren Jezus Christus, die hemel en aarde

uit niet geschapen heeft, en nog door zijne voorzienigheid onderhoudt, om zijns Zoons Christus' wille mijn Goden mijn Vader is.

24. Vr. Wat gelooft gij met deze woorden: En in Jezus Christus, zijnen eenig geborenen Zoon, onzen Heere ?

Antw. Dat Jezus Christus de eeuwige en eenige Zoon des Vaders is, éénswezens met God den Vader, en den Heiligen Geest.

25. Vr. Gelooft gij niet, dat Hij ook mensch geworden is?

Antw. Ja ik; want Hij is ontvangen van den Heiligen Geest, en geboren uit de maagd Maria.

26. Vr. Is dan zijne Godheid veranderd in menschheid?

Antw. Neen; want de Godheid is onveranderlijk.

27. Vr. Hoe is Hij dan mensch geworden?

Antw. Door aanneming der menschheid in eenigheid zijns persoons.

28. Vr. Heeft Hij dan zijne menschheid uit den hemel gebracht?

Antw. Neen Hij; maar Hij heeft die aangenomen uit de maagd Maria, door de werking des Heiligen Geestes; en is alzoo ons, zijnen broederen, in alles gelijk geworden, uitgenomen de zonde; Hebr. II: 17 en IV: 15.

29. Vr. Waarom wordt Hij Jezus, dat is, Zaligmaker, genoemd?

Antw. Omdat Hij zijn volk zalig maakt van hunne zonden.

30. Vr. Is er anders geen Zaligmaker?

Antw. Neen; want er is ook onder den

hemel geen andere naam die onder de menschen gegeven is, door welken wij moeten zalig worden, dan de naam van Jezus; Hand. IV: 12.

31. Vr. Waarom wordt Hij Christus, dat is, Gezalfde, genoemd?

Antw. Omdat Hij met den Heiligen Geest is gezalfd, en van God den Vader verordend, tot onzen grooten Profeet, tot onzen eenigen Hoogepriester, en tot onzen eeuwigen Koning.

32. Vr. Wat heeft dan Jezus Christus gedaan, om ons zalig te maken?

Antw. Hij heeft voor ons geleden, is gekruisigd, en gestorven, is begraven, en nedergedaald ter helle, dat is, Hij heeft de helsche pijn geleden; en is alzoo zijnen Vader gehoorzaam geworden, opdat Hij ons van de tijdelijke en eeuwige straffen der zonde verlossen zoude.

33. Vr. In welke natuur heeft Hij dit geleden?

Antw. Alleen in zijne menschelijke natuur, dat is, in zijn ziel en lichaam.

Sluiten