Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mige, maar naar alle de geboden Gods beginnen te leven; gelijk zij ook den Heere geduriglijk bidden om dagelijks daarin toe te nemen.

70. Vr. Wien moeten wij hierom bidden?

Antw. Niet eenig schepsel, maar alleen

God, die ons helpen kan, en om Jezus Christus' wille verhooren wil.

71. Vr. In wiens naam moeten wij God bidden ?

Antw. Alleen in den naam van Christus, Joh. XVI: 23, en niet in den naam van eenigen heilige.

72. Vr. Om welke dingen moeten wij dezen God bidden?

Antw. Om alle geestelijke en lichamelijke nooddruft, welke de Heere Christus begrepen heeft iu het gebed, dat Hij ons zelf geleerd heeft.

73. Vr. Hoe luidt dat gebed ?

Antw. Onze Vader, die in de hemelen zijt;

Uw naam worde geheiligd.

Uw koninkrijk kome.

Uw wil geschiede, gelijk in den hemel, alzoo ook op de aarde.

Geef ons heden ons dagelijksch brood.

En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren.

En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den booze.

Want uw is het koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.

74. Vr. Wat begeert gij van Godin dit gansche gebed?

Antw. Ten eerste, dat al wat dient tot Gods eer, bevorderd worde, en daarentegen geweerd, wat haar verhindert of zijnen wil wederstaat. Ten andere, dat Hij mij met alle nooddruft naar het lichaam verzorge, en naar de ziele mij beware voor alle kwaad, dat mij aan mijne zaligheid zoude kunnen schadelijk zijn.

DE ZIEKENTROOST,

WELKE EENE ONDERWIJZING IS IN HET GELOOF EN DEN WEG DER ZALIGHEID, OM GEWILLIG TE STERVEN.

De „Ziekentroost" met de daaraan toegevoegde „Troostelijke uitspraken der H. ScLrift," hoort zeker niet tot de Liturgie der Gereformeerde Kerken in Nederland. Het is geheel een particulier geschrift, in (of nog vóór) 1579 door Cornelis van Hille (den vader) samengesteld en uitgegeven, en nooit door of in eenige kerkelijke vergadering aangenomen of goedgekeurd. Maar het is reeds van de 16e eeuw af door de drukkers en uitgevers in volledige kerkboeken doorgaans opgenomen, en in de Kerken heeft het daardoor feitelijk een zeker privilege boven andere dergelijke traktaatjes gekregen. Daarom ■wordt het hier dan ook afgedrukt; waarbij in den ouden tekst van de 16e eeuw slechts deze wijziging aangebracht is, dat enkele verouderde uitdrukkingen door andere vervangen zijn, en dat bij de Schriftplaatsen, waaruit het bijna geheel bestaat, nu de Staten-vertaling gevolgd is. Van hetgeen inde oude uitgaven op den kant staat aangeteekend, is de aanwijzing der Schriftplaatsen hier weggelaten, en de inhoudsopgaven zijn in den tekst zei ven gesteld, boven de onderscheidene onderdeelen waarop zij betrekking hebben.

In uitgaven van de 16e eeuw had dit geschrift nog eene „Voorrede," van dezen inhoud: „Aangemerkt hebbende

I de groote nuttigheid, die door den Ziekentroost pleegt te komen, zoo is ook wel nuttig en noodig, dat ditzelfde boeksken aan den dag mocht komen; welke [Ziekentroost] in beter orde gesteld is, dan er eenige geweest zijn. Hetwelk kortelijk bevat al wat ons noodig is tot de eeuwige zaligheid; als te weten. Van de ellende des menschen. Van de kortheid zijns levens en stervens. Van zijne wederoprichting door Christus Van Christus, onzen Zaligmaker, en al wat Hem aangaat. Van dood en hel. Van geloof, rechtvaardigmaking en goede werken. Van kruis en lijden. Van den voorspoed dergoddeloozen, en den tegenspoed der geloovigen. Van de verrijzenis en het eeuwig leven. En dergelijke punten meer; dewelke een iegelijk behoorde van buiten te leeren, opdat zij, als het noodig ware, hunnen kranken broeder zouden kunnen sterken en vermanen; opdat, zoo het geschiedde dat er geene Dienaren waren, een iegelijk hierin naarstig zij, als in een werk der barmhartigheid, volgens Gods Woord, Pred. VII: Het is beter te gaan in het klaaghuis, dan te gaan in het huis des maaltijds; ook naar Christus'woorden, Matth. XXV: Ik ben krank geweest, en gij hebt Mij bezocht. — Vaartwel,"!

Sluiten