Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelooft Hem die mij gezonden heeft, die heeft het eeuwige leven, en komt niet in de verdoemenis, maar is uit den dood overgegaan in het leven. Hetgene ook duidelijk te bemerken is in den moordenaar, toen hij gebeden en gezegd heeft: Heere, gedenk mijner, als Gij in uw koninkrijk zult gekomen zijn, waarop hem Christus heeft geantwoord : Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn. Daarom zegt Paulus wèl (hiermede overeenkomende): Ik heb begeerte, om ontbonden te worden, en met Christus te zijn. Salomo zegt ook, dat het stof wederom tot aarde keert, als het geweest is; maar de geest weder tot God, die hem gegeven heeft. Hetwelk ook duidelijk blijkt in het voorbeeld van Henoch en Elia, die beiden werden opgenomen in den hemel; waar ons burgerschap en onze wandel is; waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus; die ons vernederd lichaam veranderen zal, opdat het gelijkvormig worde aan zijn heerlijk lichaam.

Wij moeten sterven, eer wij verheerlijkt worden.

En tot deze verheerlijking kunnen wij niet komen, dan door veel lijden. Hiervan zegt Jezus Sirach een schoon woord: Mijn kind (zegt hij), indien gij komt om den Heere te dienen, zoo bereid uwe ziele tot aanvechting, ln welken gij u verheugen zult, nu een weinig tijds bedroefd zijnde door menigerlei verzoekingen. Maar de God aller genade, die ons geroepen heeft tot zijne eeuwige heerlijkheid in Christus Jezus, nadat wij een weinig tijds zullen geleden hebben, die zal u volmaken, bevestigen, versterken en fondeeren. Wederom zegt Paulus: Zoo wij met Christus lijden, zoo zullen wij ook met Hem verheerlijkt worden. Want het lijden dezes tegenwoordigen tijds is niet te waardeeren tegen de heerlijkheid, die aan ons zal geopenbaard worden. Want onze lichte verdrukking, die zeer haast voorbijgaat, werkt ons een gansch zeer uitnemend eeuwig gewicht der heerlijkheid. En üavid zegt: Des avonds vernacht het geween, maar des morgens is er gejuich. Daarom, verblijdt u, als gij gemeenschap hebt aan het lijden van Christus; opdat gij ook in de openbaring zijner heerlijkheid u moogt verblijden en verheugen. En Christus heeft ook buiten de poort geleden; zoo laat ons dan tot Hem uitgaan, zijne smaadheid dragende. Want daarin heeft ons Christus een voorbeeld nagelaten, opdat wij zijne voetstappen zouden navolgen Wederom zegt Petrus: Dewijl

Christus voor ons in het vleesch geleden heeft, zoo wapent gij u ook met dezelfde gedachte, namelijk, dat wie in het vleesch geleden heeft, die heeft opgehouden van de zonde. Voorts zegt ook Jacobus: Mijne broeders, acht het voor groote vreugde, wanneer gij in velerlei verzoekingen valt. En Paulus zegt ook : Wij roemen ook in de verdrukkingen, wetende dat de verdrukking lijdzaamheid werkt, en de lijdzaamheid bevinding, en de bevinding hoop; en de hoop beschaamt niet. Daarom moeten wij de kastijding des Heeren niet klein achten, als wij van Hem bestraft worden; want dien de Heere liefheeft, kastijdt Hij, en Hij geeselt eenen iegelijken zoon, dien Hij aanneemt. Dit kan men ook zien in Hebreen XII, doorloopend. Daarom zijt lankmoedig, en versterkt uwe harten; want de toekomst des Heeren genaakt. Neemt ook tot een voorbeeld des lijdens en der lankmoedigheid de profeten. Wij houden hen gelukzalig, die verdragen hebben; want wij hebben gehoord de verdraagzaamheid van Job, en het einde des Heeren gezien; die ons een voorbeeld der volstandigheid nagelaten hebben. Want wij zien, dat Christus Jezus met heerlijkheid is gekroond geweest, vanwege het lijden des doods. Daarom zegt Christus ook: Die volstandig zal blijven tot het einde, die zal zalig worden. En Paulus zegt: Ik heb den goeden strijd gestreden, ik heb den loop geëindigd, ik heb het geloof behouden; voorts is mij weggelegd de kroon der rechtvaardigheid, welke mij de Heere geven zal, en niet alleen mij, maar ook allen, die zijne verschijning liefgehad hebben. Insgelijks zegt Jacobus: Zalig is de man, die verzoeking verdraagt; want als hij beproefd zal geweest zijn, zal hij de kroon des levens ontvangen, welke de Heere beloofd heeft dengenen, die Hem liefhebben.

Wij moeten vromelijk strijden tegen onze vijanden.

Om deze kroon der rechtvaardigheid te verkrijgen, moeten yvij vromelijk strijden tegen alle onze vijanden, die ons van alle zijden aanvechten; en inzonderheid tegen de listige omleidingen des duivels. Trekt daarom daartegen aan de geheele wapenrusting Gods, waarmede gij den duivel met al zijne macht kunt wederstaan. Van dien strijd zegt ook Petrus, dat de duivel omgasft als een brieschende leeuw, zoekende wien hij zoude mogen verslinden; denwelken wederstaat, vast zijnde in het geloof; en hij zal van u vlieden. Doch deze over-

Sluiten