Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat stof tot zielsverblijden,

Hoe zalig is 't en goed,

Dat 'k in uw bitter lijden Mijn redding vinden moet.

Och mocht ife U, mijn leven,

Daar 'k bij uw kruishout kniel,

Alij zelv' ten offer geven,

Wat winste deed mijn ziel.

Het is maar al te gemakkelijk het vierde kruiswoord mis te verstaan. Dit gebeurde onmiddellijk bij de oorgetuigen, die zeggen: „Hij roept Elia."Dit moge spot of botheid zijn, er bestaat ook een vroom misverstand, dat zich door dezen kreet laat leiden tot meewarig beklag van Jezus' lijden of tot subtiele onderscheiding tusschen de verschillende bestanddeelen van Jezus' ziel. Want Jezus wil niet beklaagd worden. Hij wil ook niet begrepen worden. Hij vraagt in het geheel niets voor zich. Hij wil enkel zijn toestand, zooals Hij dien uitroept in zijn kruiswoord, op ons laten wegen om ons te vermurwen.

Het woord, dat Jezus spreekt, is niet nieuw. Hij neemt het over uit den gewijden bundel van oudIsraël's geestelijke poëzie, uit psalm 22. Dit beteekent niet enkel een verband, dat uitwendig, in het geheugen, zou bestaan. Het beteekent de geestelijke eenheid van Jezus met het geloof, ook met de geloofsworsteling van het voorgeslacht. Hij is daaruit geboren. Hij is de vervulling van alles wat

Sluiten