Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MIJ DORST Johannej 19:28

DIT kruiswoord is het eerste van de tweede groep, het eerste, als ik het beeld nog eens mag bezigen, van de drie lampen ter andere zijde van den luchter. De eerste drie kruiswoorden hebben zich met den naaste bezig gehouden. Het vierde heeft zich tot God gewend. En nu gelden de laatste drie Jezus zeiven. Ook hier laat zich een gewijde orde opmerken, een qualiteit of hiërarchie van bijzonderen aard. Het eerste geldt Jezus' lichaam, het tweede zijn werk, het laatste zijn geest, die het lichaam zal verlaten, nadat Hij zijn werk heeft volbracht.

Ik kan mij voorstellen, dat iemand aarzelt den overgang van het vierde tot het vijfde kruiswoord op deze wijze te volgen. Is het mogelijk, dat Jezus onmiddellijk na de klacht over zijn God-verlatenheid spreekt over iets wat zijn lichaam betreft en uiting geeft aan de meest primitieve, instinctieve behoefte van den mensch, die deze gemeen heeft met het dier en de plant en zelfs met de aardkorst, de behoefte aan water tot lessching van den dorst en niets meer?

Beteekent deze overgang niet een breuk, een ontwijding zelfs ? Daarenboven schijnt de vorm, waaronder het evangelieverhaal dit kruiswoord inleidt, indezelfde richtingte wijzen: „Hierna Jezus wetende, dat nu alles volbracht was, opdat de Schrift

Sluiten