Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich zelf en beschikt over zich zelf zóo souverein als Jezus het doet. Voor dezen geest moet een plaats worden gevonden, als de aardsche vorm Hem niet meer zal dragen. Er is slechts éene plaats, die Hem voegt, waar Hij thuis is, dat is de plaats vanwaar Hij gekomen is en waar Hij eigenlijk altijd gebleven is. Jezus heeft zelf daarover meermalen, als vanzelfsprekend zich uitgelaten. Hij noemt zich, ,,dengene, die uit den hemel nedergekomen is, de Zoon des menschen, die in den hemel is" (Joh. 3: i3) en spreekt als een, die weet ,,dat zijne ure gekomen is en dat Hij uit deze wereld zou overgaan tot denVader"(Joh. i3 :i). Geen andere plaats is Hem waardig en deze plaats is Hem waardig. En daarom deponeert Hij zijn geest als een schat bij den Vader. Even zeker als de Heiland overtuigd is van de realiteit en de presentie van zijn Vader en van de echtheid en duurzaamheid van den band, die Hem met den Vader vereenigt, even rustig legt Hij zijn geest daar neer waar Hij weet dat zijn plaats is: in de handen van den Vader. Hoe anders dan anderen waardeert Jezus de dingen en de waarden. Voor Hem is de wereld van ruimte en tijd slechts verschijning en de wereld der eeuwigheid de wezenlijke. Beide het accent en de belangstelling liggen bij Hem op de laatste. De overgang, waarvan Hij spreekt, is eigenlijk niets nieuws, maar enkel de bevestiging van wat altijd geweest is. Waar elders is deze Zoon meer zich zelf dan in de handen van den Vader ?

Sluiten