Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1. HERZIENING VAN HET KIESRECHT.

Toen in 1887 de Grondwet werd herzien, meende men de beweging, welke voor het politieke stemrecht der vrouw aan het opkomen was, nog te kunnen tegenhouden, door aan het woord ingezetenen in art. 80 de beperking van mannelijke toe te voegen. Maar deze dam bleek al spoedig veel te zwak, om den stroom van het leven te keeren. In de negentiger jaren nam de beweging derwijs in kracht toe, dat alle politieke partijen zich genoodzaakt zagen, daartegenover hare positie te bepalen.

De Sociaal-democratische partij beschouwde het vrouwenkiesrecht niet als een doel, waarvoor op zichzelf de strijd moest aangebonden worden; want van veel grooter en algemeener belang is het streven naar eene nieuwe productiewijze, welke aan alle wanverhoudingen in de maatschappij een einde zal maken en ook aan de vrouw de plaats zal schenken, welke haar toekomt. Als de tactiek het dus met het oog op dit einddoel gebiedt, laat de partij de actie voor het vrouwenkiesrecht rusten, en ijvert zij er eerder voor, dat aan baliekluivers dan aan vrouwen het kiesrecht worde verleend. Maar toch nam zij, kort na hare stichting in 1895, in aansluiting bij de partij in het buitenland, in haar program den eisch op van algemeen, direct, enkelvoudig kiesrecht voor mannen en vrouwen, en begon er eene steeds krachtiger propaganda voor te drijven. In 1911 organiseerde ze een petitionnement, dat door meer dan driemaal honderdduizend personen onderteekend werd, en stelde tevens jaar-

Sluiten