Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Indien nu de voorstellen inzake het kiesrecht, in weerwil van rechtmatige en onmiskenbare bezwaren, toch ten slotte ook van Rechts met bijna algemeene stemmen werden aangenomen; dan moeten er motieven zijn, die tegen de bezwaren hebben opgewogen en de schaal naar de andere zijde deden overslaan. Zulke motieven lagen blijkens de redevoeringen der Rechtsche Kamerleden niet in het begeerenswaardige van het individualistische mannen- en vrouwenkiesrecht op zichzelve, noch ook in de heilrijke gevolgen, die men daarvan in de toekomst verwachtte, en evenmin in den ruilhandel, dien men geschiktelijk met de herziening van Art. 192 tegen die van Art. 80 drijven kon. Maar ze liggen allen hierin opgesloten

— gelijk de Minister ook in de Memorie van Toelichting opmerkte

— dat, als het vrouwenkiesrecht niet wordt begeerd, er geen redenen zijn, om het te verleenen, doch dat ook omgekeerd, indien het ernstig en met steeds sterker aandrang wordt begeerd, er bij het tegenwoordig kiesstelsel geen afdoende gronden zijn om het te weigeren ~). Als daarom opgemerkt wordt, dat de politiek geen zaak voor de vrouw is, schadelijk is aan hare eigene roeping en taak en met valsche emancipatiezucht samenhangt, dan moge hier veel van aan

Woord, en: De moeder uitgeschakeld, die in De Standaard van 19, 21, 23 en van 27, 29 Juni 1917 werden opgenomen. Men kan met al deze artikelen van harte instemmen, en toch redenen hebben, om, evenals De Standaard zelf, een voorstel inzake vrouwenkiesrecht te steunen; hoogstens is er dan alleen verschil over den aard en het gewicht der motieven, die tot het verleenen van dien steun bewegen. In denzelfden geest merkte ook Dr. H. H. K. in de Heraut van 27 Mei 1917 terecht op, dat uit het door Schrijver dezes gehouden betoog hoegenaamd niet mocht worden afgeleid, dat Gods Woord de emancipatiezucht van het feminisme en de volkomen gelijkstelling van man en vrouw verdedigen zou; trouwens, het tegendeel werd ook door mij kort, maar duidelijk uitgesproken.

Omgekeerd is het niet zonder beteekenis, dat ook organen der Antirevolutionaire pers, zooals bijv. De Stichtsche Courant, uitdrukkelijk erkenden, dat het politieke stemrecht der vrouw niet door de Schrift verboden wordt. En Prof. Bouwman schreef in De Bazuin van 1 Juni 1917, dat hij met het betoog van Dr. Bavinck in de Kamer zich uitnemend vereenigen kon; de Schrift verbiedt niet, aan de vrouwen het stemrecht te geven.

2) Zoo liet de Heer Cort van der Linden zich ook reeds uit met betrekking tot het kiesrecht in het algemeen, in zijn Richting en Beleid der liberale partij. Groningen 1886 bl. 65.

Sluiten