Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze ongelijkheid is tengevolge van de overtreding van Gods gebod, waaraan eerst de vrouw, daarna de man zich schuldig maakte, verscherpt geworden. De straf, welke op de overtreding volgde, trof de vrouw veel zwaarder dan den man. Want terwijl de man vooral in zijn arbeid getroffen wordt en zich door de vervloeking des aardrijks tot een leven vol moeite en verdriet veroordeeld ziet, wordt de vrouw in haar persoon getroffen : met smart zal ze kinderen baren, toch zal tot den man hare begeerte zijn, en hij zal over haar heerschappij hebben. De vrouw wordt als vrouw, als echtgenoote en als moeder gestraft. En deze profetie is vervuld door heel de historie heen, onder alle volken, in alle tijden en oorden.

Nu gaat het niet aan, om in enkele trekken eene schets te geven van het lot, dat het deel der vrouw is geweest. Er is onderscheid tusschen de stammen, volken en rassen, zelfs tusschen de huisgezinnen en familiën bij hetzelfde volk en in denzelfden tijd. Bij het eene volk vertoont het familieleven eene betrekkelijke reinheid en zuiverheid ; bij een ander volk is het op schrikkelijke wijze ontaard l). Zelfs onder hetzelfde volk komen gunstige en ongunstige toestanden naast elkaar, of ook wel na elkander voor. Er zijn steeds en overal mannen geweest, die tirannen voor hunne vrouwen waren; en overal en altijd waren er mannen, die haar innig liefhadden en teeder voor haar zorgden. Omgekeerd waren er ook steeds goede vrouwen, liefhebbende moeders, trouwe gaden naast heerschzuchtige, sarrende, kwellende echtgenooten. Men kan niet alles over ééne kam scheren. De natuurlijke geaardheid van man en vrouw en ook de liefde, die hen tot elkander brengt en aan elkander bindt, blijven overal bestaan en doen in zeden en gewoonten haar invloed gelden. Daarom kan uit het ontbreken van rechtsbepalingen nog volstrekt niet geconcludeerd worden tot de slavernij

') Zie mijn: Het Christelijk Huisgezin. Tweede herziene druk. Kampen, J. H. Kok 1912, bl. 29 v. Stuart Mill, De slavernij der vrouw, naar de 4de Eng. uitgave bewerkt door M. Elizabeth Noest, Amsterdam, van Looy 1898 bl. 470, zegt dan ook terecht, dat de wetten dikwerf slechter zijn, dan de menschen, die ze uitvoeren, en door gezindheid en belangen worden verzacht.

Sluiten