Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stigen plicht gerekend. In Indië waren de weduwen verplicht, zich met het lijk van hare echtgenooten te laten verbranden en werden pasgeboren meisjes niet zelden gedood. In een artikel in hetjuninummer van Leven en Werken hing de Japansche correspondente, Henriette Holst—Hendrix te Yokohama, een donker tafereel op van het leven der Japansche vrouw; zij geldt er als een minderwaardig wezen, tot dienen en gehoorzaam geboren, opgevoed tot onderdanigheid aan den man, die dikwerf verwaand, driftig en onredelijk is; de geboorte van een zoon wordt er, evenals bij ons, over het algemeen als een grooter geluk voor de ouders beschouwd dan die van een meisje. J)

Maar afgezien van dit alles, bij de Oostersche volken bestond en bestaat er nog eene sterke afscheiding tusschen de geslachten : de vrouw is tot haar huis beperkt en neemt aan het openbare leven geen deel; in het openbaar mag zij zich niet dan gesluierd vertoonen. De man is in volstrekten zin haar heer, het hoofd van gezin en familie; terwijl hij, ook waar monogamie regel is, zich allerlei vrijheden veroorloven mag, zooals het nemen van bijwijven, het bezoeken van hetaeren, het verlaten van zijne vrouw enz., geldt voor haar eene andere en veel strengere moraal; echtbreuk wordt bij haar zwaar, niet zelden met den dood gestraft. Bij Grieken en Romeinen stond de vrouw oudtijds wel in hooger aanzien; maar de practische levensbeschouwing was toch, zooals Demosthenes het uitdrukt: hetaeren hebben wij voor ons genoegen, bijvrouwen voor de dagelijksche verzorging van onze lichamen, en echtgenooten voor het verwekken van echte kinderen en als betrouwbare wachteressen in het midden onzer woning. En toen later rijkdom en weelde binnendrongen, gingen de zeden

') Volgens het Handelsblad van 22 Aug. 1917 riep Mej. F. S. Schippers, hoofd van de Kartinischool te Semarang in een open brief in de Javabode de hulp in van Mevrouw Van Limburg Stirum, echtgenoote van den gouverneur generaal, om al haar invloed aan te wenden, dat er binnen afzienbaren tijd een einde komen mocht aan het uithuwelijken van Javaansche kinderen reeds op 12 tot 14 jarigen leeftijd, waaraan ook de kinderen der Kartinischolen niet ontkomen. Dit moge nu geen regel zijn, zooals van inlandsche zijde werd opgemerkt (Handelsblad 9 Oct. 1917 Ocht.), ook als uitzondering is het al erg genoeg.

Sluiten