Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

achteruit; wettige vrouwen werden achtergesteld bij lichtzinnige hetaeren, echtscheidingen namen hand over hand toe, beperking der geboorten kwam algemeen in practijk, en mannen en vrouwen werden verhit in hun lust en gaven zich over aan onnatuurlijke zonden. ')

De waardeering der vrouw hangt met de gedachte over haar oorsprong saam, en is dus in haar diepsten grond religieus van aard. Het Oude Testament begint met het verhaal van de schepping van man en vrouw naar Gods beeld, en doet dus reeds van tevoren verwachten, dat de positie der vrouw onder Israël in velerlei opzicht bevoorrecht zal wezen boven die bij andere volken. En dat is ook inderdaad het geval. Wel is bij Israël, evenals bij alle Oostersche volken, de man de „heer" van de vrouw en deze aan hem ondergeschikt. Maar toch is er van slaafsche onderdanigheid der vrouw geen sprake. Vrouwen als Sara, Rebekka, Abigail maken volstrekt niet den indruk, dat zij zich alles lieten welgevallen ; haar invloed is groot, ten goede, maar dikwerf ook ten kwade, gelijk de voorbeelden van Eva, Thamar, Delila, Izebel bewijzen, en de waarschuwingen tegen de kwade vrouw in Spr. 2 : 16, 5 : 3, 6 : 24, Pred. 7 : 26 enz. daarvan getuigenis geven. Aan de andere zijde is er in het Oude Testament voor spiritualistische ascese geen plaats ; vrouw en moeder, huwelijk en kroost worden hoog gewaardeerd, het gezin is de grondslag van heel de maatschappij, Gen. 2 : 23, 23, Ex. 20 : 12, Spr. 11 : 16, 12 : 4, 14 : 1, 18 : 22, 19 : 14, Ps. 128, Spr. 31 : 10—31 enz. Ook namen vrouwen deel aan den cultus (gebeden, feesten, offermaaltijden), waren tegenwoordig bij de voorlezing der wet, Deut. 31 : 12, 8 : 35, Neh. 8:3, vierden de feesten mede, Ex. 12 : 3, 4, Deut. 16 : 11, 14, Ezr. 10: 1, verg. Hoz. 4: 13, Jer. 31 : 13, Klaagl. 1 : 4, deden dienst aan den ingang van de

') Verg. mijn Christelijk Huisgezin bl. 27 v. Rösler, Die Frauenfrage2 Freiburg B. 1907 bl. 144 v. en de daar bl. 178 opgegeven litteratuur; over de Grieksche en Romeinsche vrouw ook Mej. Dr. Gerlings, De vrouw in het oud-Christ. gemeenteleven, Amsterdam Kruyt 1913 bl. 9—42.

Sluiten