Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Christus, evenals slaven in Corinthe op grond van hunne geestelijke gelijkheid vrijlating van hunne heeren eischten ? 1 Cor. 7 : 20 v.

Opmerkelijk blijft hierbij, dat Paulus zich tegen het bidden en profeteeren der vrouw in het midden der gemeente niet verzet, mits het geschiede in eerbiediging der bestaande verhoudingen in het huwelijk. Zeker werd hij daarvan ook teruggehouden door het voorbeeld der profetessen in het Oude Testament. Maar het schijnt, dat Paulus deze vrijheid der profetie een paar hoofdstukken verder, in 1 Cor. 14 : 34, en later nog sterker in 1 Tim. 2 : 12 terugneemt. Want daar zegt hij, dat de vrouwen in de gemeenten, moeten zwijgen, dat het haar niet toegelaten is te spreken, dat zij niet mogen onderwijzen maar in stilheid moeten zijn; als zij iets willen weten, moeten zij tehuis hare eigene mannen vragen, want het staat leelijk voor de vrouwen, dat zij in de gemeente spreken ; ze moeten onderworpen zijn, gelijk ook de wet zegt.

Er zijn vele pogingen beproefd, om deze beide uitspraken van den apostel met elkander in overeenstemming te brengen; maar de waarschijnlijkste is die, welke tusschen het bidden en profeteeren eenerzijds en het sprekeji andererzijds onderscheid maakt. In de gemeente van Corinthe n.1. was nog het vrije woord geoorloofd, vooral in den vorm van profetie, glossolalie, uitlegging der talen enz., en Paulus komt daar niet tegen op, maar geeft er alleen eenige regelen voor aan. Zoo keurt hij ook het charismatisch, dat is, het uit aandrift des Geestes geboren bidden en profeteeren der vrouwen niet af, mits het niet vergezeld ga van eene valsche emancipatiezucht. Maar wel verzet hij zich beslist in 1 Cor. 14 : 34 tegen het spreken, dat is waarschijnlijk tegen het vragen, critiseeren, redeneeren, zooals dat wel bij de Qrieksche hetaeren gewoonte was, en in 1 Tim. 2 : 12 tegen het onderwijzen, d.i. het optreden als leerares in de gemeente. Dat Paulus hier zoo nadrukkelijk aan de vrouwen het zwijgen in de gemeente oplegt, bewijst wel, dat zij in Corinthe van het vrije woord misbruik maakten, en ook later nog in Efeze, toen dat vrije woord reeds tot het verleden behoorde, tegen deze orde-

Sluiten