Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

taamt, opdat zij de jonge vrouwen leeren, voorzichtig te zijn en hare mannen en kinderen lief te hebben. Doch deze vermaning moet door Titus niet gericht worden tot enkele verkorene, maar tot alle bejaarde vrouwen, en ze houdt niet zoozeer een leeren door het woord, als wel door het voorbeeld in, verg. 1 Pet. 3:1.

Van meer belang voor ons doel is hetgeen Paulus in 1 Tim. 5 : 9, 10 zegt. Nadat hij eerst de zorg voor de arme weduwen aan de familieleden (kinderen en kleinkinderen) en daarna aan de gemeente heeft aanbevolen, maakt hij in de genoemde verzen gewag van de verkiezing (of eigenlijk de inschrijving op een rol of register) van eene weduwe, die niet minder dan 60 jaren oud is en eens mans vrouw is geweest. Aan zulk eene weduwe worden voorts vele eischen gesteld : ze moet getuigenis hebben van goede werken, kinderen hebben opgevoed, gaarne geherbergd, de voeten der heiligen gewasschen, aan verdrukten hulp bewezen hebben, in alle goed werk ijverig geweest zijn. Uit deze vereischten laat zich afleiden, dat deze weduwe tot een bijzonderen dienst in de gemeente geroepen werd, en wel waarschijnlijk tot het bezoeken van armen, kranken, gevangenen, tot het opvoeden van weezen en het geven van raad en leiding aan de jongere vrouwen. De tegenstelling, welke in de volgende verzen 11—16 gemaakt wordt, beveelt deze opvatting aan; want daar is sprake van jonge weduwen, die eerst wel voor zulk een dienst zich aanboden, maar spoedig ontrouw werden, omdat ze liever wilden hertrouwen en bij het huisbezoek door hare ledigheid en babbelzucht meer kwaad dan goed deden. De apostel beveelt dan ook, dat zulke jonge weduwen liever moeten huwen, kinderen voortbrengen en haar huis wel regeeren, opdat zij aan den tegenstander geen oorzaak van lastering geven. In de latere kerkelijke litteratuur (bij den Pastor van Hermas, Clemens, Origenes, Tertullianus) vinden wij dan ook enkele malen melding gemaakt van oudere weduwen, die als eene soort vrouwelijke ouderlingen (presbytides, presbyterae, presbyterissae) dienst deden en eene eereplaats in de gemeente innamen.

En zoo was er ten derde ook een hulpdienst der vrouwen bij

Sluiten