Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit te zien. En te meer werden zij in deze richting gedreven, wijl het met haar eergevoel streed, om lijdelijk op de gelegenheid tot een huwelijk te wachten of voortdurend ten laste van hare ouders te blijven leven. Zoo besloten zij in steeds grooter getale, om voor de uitoefening van een of ander beroep in de maatschappij zich voor te bereiden en alzoo haar eigen brood te verdienen. Sedert het midden der vorige eeuw kwam er daarom naast eene z. g. n. proletarische, ook eene burgerlijke vrouwenbeweging op.

De proletarische vrouwenbeweging vertoonde van den beginne af een eigen karakter. Het was n. 1. niet de behoefte aan of de lust tot arbeid, maar de nood des levens, die vrouwen en meisjes in grooten getale naar de fabrieken dreef, om het karig loon van den man met eenige bijverdienste tot onderhoud van het gezin te vermeerderen. Maar deze ellendige toestanden in de gezinnen en in de fabrieken vormden een vruchtbaren bodem voor de verlossende gedachten der sociaaldemocratie, die in dienzelfden tijd in Duitschland opkwam. Marx en Engels waren de stichters van het z. g. n. wetenschappelijk socialisme, dat een verband legde tusschen maatschappij en wetenschap, en uit de geschiedenis van verleden en heden trachtte aan te toonen, dat de ontwikkeling van het kapitalisme noodwendig leiden moest tot voortdurende vermeerdering van de ellende des volks en tot ineenstorting der tegenwoordige maatschappij. De geschiedenis werd daarbij bezien in het licht van het historisch materialisme, dat van Feuerbach, Darwin e. a. de materialistisch-evolutionistische wereldbeschouwing overnam, en over

den oorsprong en de ontwikkeling der familie zich aansloot bij de destijds opgang makende theorieën van Bachofen, Morgan, Mc Lennan e.a.

Deze theorieën kwamen in het kort hierop neer: de aanvang der menschelijke samenleving was de horde, waarin promiscuiteit (regelloos geslachtsverkeer) heerschte evenals bij de dieren des velds. Maar langzamerhand ontwikkelde zich daaruit een andere vorm van gemeenschap, n. 1. de gunaikokratie, de periode der vrouwenregeering, waarvoor de grond voornamelijk gelegen was in het feit, dat

Sluiten