Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die van deze beweging de ziel was, reeds in 1844 ten antwoord: zij hebben er niet alleen het recht, maar ook den plicht toe. Doordrongen van het door haar zelf aldus genoemde groote recht der individualiteit, om alles te worden, wat ze worden kan, was zij het, die in den eersten tijd aan de vrouwenbeweging in Duitschland den weg aanwees en het doel voorschreef. Dat doel was óók wel practisch ; voor de vrouw moest de arena van den arbeid geopend worden, opdat zij in haar eigen onderhoud zou kunnen voorzien. Maar op den voorgrond stond toch het ideëele doel, om de vrouw door verstandelijke, zedelijke, nationale opvoeding op te heffen, haar gezichtskring te verruimen, deel te doen nemen aan de hedendaagsche cultuur; en door haar mede-arbeid de zedelijke waarden der inenschheid te verhoogen. Vrijheid van ontwikkeling en vrijheid van arbeid zijn voor de vrouw noodig voor haar eigen volmaking, en tevens eischen der gerechtigheid. ])

De beweging ondervond van den aanvang af sterke bestrijding, en ging onder den druk der reactie, die na de revolutie intrad, ook merkbaar achteruit. Maar ze wortelde te diep in de werkelijkheid, dan dat ze te niet kon gaan. Integendeel, het vrouwenvraagstuk begon, vooral van zijne economische zijde, meer en meer de aandacht te trekken; vele werken zagen het licht over den beroepsarbeid der vrouw; op het voorbeeld van Engeland werden verschillende beroepen, bijv. bij post, telegrafie enz. ook voor vrouwen opengesteld ; de inrichtingen tot opleiding van vrouwen voor onderwijs, handel, bedrijf enz. namen toe; in 1866 werd opgericht de z.g.n. Letteverein, d. i. de naar W. A. Lette (1799—1868) genoemde vereeniging, die, met terzijdestelling van alle politieke emancipatie-ideëen, eenvoudig vermeerdering der arbeidsgelegenheden

') Louise Otto schreef o. a. Das Recht der Frauen auf Erwerb. Leipzig 1863. Andere voorstanders der beweging waren luise Büchner, Die Frauen und ihr Beruf. Darmstadt 1855, Fanny Lewald,Meine Lebensgeschichte 18bl, Osterbriefe für die Frauen 1863, Für und wider die Frauen 1870, Auguste Schmidt, die vooral als redenares eene rol speelde. In 1886 kreeg de vereeniging een orgaan in: Neue Bahnen.

Sluiten