Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

welddadige, in den eersten tijd ook meermalen tegen de onderdrukking van den man gekeerde actie der vrouwen voor hare huiselijke en maatschappelijke, burgerrechtelijke en politieke rechten. En langzamerhand wonnen ze veld ; de scholen werden voor haar opengesteld, de toegang tot al meerdere en hoogere beroepen werd haar ontsloten; veranderingen in de burgerrechtelijke positie der vrouw werden in bijna alle staten aangebracht; en het territory Wyoming gaf haar in 1869 het stemrecht en behield dit, toen het 1890 als staat in de Unie werd opgenomen. En sedeit hebben vele andere staten dit voorbeeld gevolgd.x)

In Engeland werd ten jare 1832 het vrouwenkiesrecht nog opzettelijk uitgesloten, door in het ontwerp van kiesrechthervorming aan het woord kiezers het adjectief: mannelijke toe te voegen. Deze verandering gaf den stoot tot eene beweging voor het vrouwenkiesrecht, welke in 1851 krachtig bevorderd werd door een artikel van Mrs. John Stuart Mill in de Westminster Review, dat later werd opgenomen onder de werken van haar echtgenoot. Toen deze in 1865 lid van het parlement werd, bond hij ook daar den strijd voor het vrouwenkiesrecht aan. In 1867 diende hij het voorstel in, om in de kieswet de woorden: mannelijke kiezers te vervangen door: kiesgerechtigde personen. Dit voorstel werd toen wel met 194 tegen 73 stemmen verworpen, maar de quaestie raakte sedert niet meer van de baan. De onder Mill's leiding opgerichte National Union of Women's Suffrage Societies kreeg hare vertakkingen over alle deelen van het land, en hield de actie levendig. Zij onderscheidde zich daarbij gunstig van de Women's social and political Union, wier leden meenden, dat zij door „militante" daden het kiesrecht der vrouw aan Regeering en Volksvertegenwoordiging moesten afdwingen en daardoor velen van de vrouwenbeweging

') Handbuch der Frauenbewegung I 456—482. Eene lijst der staten, die het vrouwenstemrecht voor schoolcommissies, gemeenteraden, volksvertegenwoordiging enz. hebben ingevoerd, is te vinden in : Studiemateriaal bl. 181—192. verg. ook de Bijlage B van de Memorie van Toelichting bij de voorstellen ter herziening der Grondwet No. 6. (Zitting der Tweede Kamer 1915—1916 No. 226).

Sluiten