Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vereeniging in 1904, deelde de Heer Ch. Miseroy mede, dat van de 40,071 in het jaar 1902 gesloten huwelijken, slechts 1483 gesloten waren met huwelijksche voorwaarden, dat is slechts 3.70%, en van de jonggehuwden in eersten echt, 35077 in getal, slechts 1142, dat is 3.25 % l). Blijkbaar ziet men tegen het aangaan van zulke voorwaarden, kort vóór het sluiten van den echt, als een bewijs van wantrouwen op. Over de toekomstige regeling van het huwelijksgoederenrecht zijn trouwens de juristen en notarissen het volstrekt niet eens ; sommigen pleiten voor geheele scheiding zooals in het Romeinsche en tegenwoordig bijv. in het Engelsche recht, anderen voor gemeenschap van goederen als eisch van de volle levensgemeenschap der echtgenooten, zooals in het Germaansche recht, nog anderen trachten de gemeenschap van goederen te handhaven, maar zoo, dat de beheersbevoegdheid van den man ingekrompen en de beschikkingsbevoegdheid der vrouw uitgebreid wordts).

Intusschen is de wetgever voortgegaan, om ook te dezer zake het recht der gehuwde vrouw uit te breiden. De Rijkspostspaarbankwet gaf aan de vrouw het recht, spaarbankboekjes aan te leggen; de Kinderwetten maakten de gehuwde voogdes evenals de ongehuwde, tot alle handelingen betreffende de voogdij bevoegd en deswege aansprakelijk, B. W. art. 387b; en de wet op de Arbeidsovereenkomst van 15 Juli 1907 verleende aan de gehuwde vrouw het recht, om eene arbeidsovereenkomst aan te gaan en over het loon ten bate van het gezin te beschikken, B. W. art. 1637. Op deze wijze wordt de goederengemeenschap in het huwelijk meer en meer beperkt, en de vrouw tegenover den man zelfstandig gemaakt. Toch hebben al deze veranderingen weinig tegenstand

') Handelingen van de Nederl. Juristenvereeniging 1904 bl. 246.

2) Verg. de adviezen van Mr. A. Levy en Ch. Miseroy en de discussies op de Vergadering der Nederl. Juristenvereeniging 1904 I, bl. 137—298 en II. 1—109. De vraag, of algeheele gemeenschap van goederen regel moet blijven, werd met 41 tegen 18 stemmen ontkennend beantwoord, en die, of uitsluiting van alle gemeenschap regel moet zijn, met 35 tegen 24 stemmen eveneens ontkennend beantwoord.

Sluiten