Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7. DE VROUW EN DE ARBEID.

Niet minder ernstig dan in het huwelijk, wordt vóór en buiten het huwelijk door de vrouw naar zelfstandigheid gestreefd, wijl hierbij niet alleen het ontwaakte zelfbewustzijn, maar ook de sociale toestanden van den nieuwen tijd hun invloed deden gelden. Natuurwetenschap, industrie en techniek hebben de gedaante der maatschappij veranderd, en ook het huisgezin vervormd. In oude tijden was het huisgezin een afgesloten en zelfstandig geheel; man, vrouw, ouders, kinderen, grootouders en kleinkinderen, slaven en slavinnen, samenwonende op hetzelfde erf, maakten de ééne familie uit; het voorzag zelf in al zijne behoeften aan spijze, drank, deksel, kleeding, huisraad enz. en oefende zelf in eigen kring allerlei bedrijven uit; de vrouwen waren daarbij even productief als de mannen, zij het ook in andere soorten van arbeid; zelden of nooit gingen zij in huishoudelijke werkzaamheden en in de opvoeding der kinderen op; zij verrichtten er steeds allerlei productieven arbeid op het veld of in de werkplaats bij.

Maar langzamerhand heeft het huisgezin deze zelfstandigheid verloren ; het bakken, brouwen, weven, naaien, spinnen, timmeren, metselen enz. zijn eigen bedrijven geworden; in de steden is het bezit van een eigen huis en erf eene uitzondering geworden; duizenden gezinnen leven in gehuurde woningen, verhuizen van jaar tot jaar, wisselen telkens van huisraad en kleeding, en hechten zich nergens meer aan; het huisgezin heeft in vele gevallen zijn eigen karakter en stijl verloren; de

Sluiten