Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8. DE VROUW EN HET BEROEP.

Meisjes en vrouwen uit de arbeiderskringen zien zich menigmaal genoodzaakt, naar de fabrieken te gaan, om door bijverdiensten het inkomen van het gezin te vermeerderen. Maar er zijn ook vele jonge vrouwen in de burgerklassen en in de hoogere standen, die om andere redenen een werkkring zoeken in de maatschappij. Wel is het aantal nog groot van die vrouwen en dochters, die haar arme levens van dag tot dag in ijdelheid ot verveling doorbrengen, lusteloos en zonder doel. Maar er heeft in de ziel van vele dezer vrouwen toch langzamerhand eene groote verandering plaats. De vrouwenbeweging, welke in deze kringen opkwam, is echter van die, welke bij de proletarische vrouwen zich voordoet, in velerlei opzicht onderscheiden.

De laatstgenoemde beweging had haar voornaamste oorzaak in de ontwikkeling der grootindustrie; de proletarische vrouw ging arbeid zoeken in de fabriek, niet uit een verlangen naar bezigheid, maar hoofdzakelijk uit nood, om de inkomsten van het gezin te vermeerderen. Zoodanige arbeid werd trouwens door haar niet eerst tengevolge van de grootindustrie verricht, maar van oude tijden af was ze met dergelijke werkzaamheden in of buiten haar huis belast. Tot in de 12e en 13e eeuw werd de textielarbeid door de vrouwen in huis bedreven, maar met de ontwikkeling van de techniek en de toenemende arbeidsverdeeling werd het weven gildehandwerk, dat niet alleen door de vrouwen van de meesters, maar ook door een

Sluiten